Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hevige bloeding, waarom dadelijk versie en extractie werd gedaan, De placenta werd onmiddellijk manueel verwijderd en de uterus getamponneerd. Toestand p, o.: pols zeer klein. Kampher. IL. XaCloplossing subcutaan. Kind leeft: weegt 8.300 KG. Het kraambed was de eerste dagen zeer ernstig gestoord dooreen ooliïnfectie van het endometrium. üterus-irrigaties. XYIII. N°. 338. X-p. 31 j. 33 weken zwanger, heeft gedurende de zwangerschap af en toe wat gevloeid, de laatste 14 dagen geregeld eenig bloedverlies. Opname 22 Oct. Status: zeer anaemisch, pols klein 120, af en toe zwakke weeën, matige bloeding. Stuitligging. Cervix 1 cM. lang, ontsluiting 4 cM. Placenta praevia centralis. Wegens de ernstige anaemie onmiddellijk tot ingrijpen besloten. Bonn air e tot de gebalde vuist de cervix kan passeeren. Langs de placenta heen, de vliezen doorboord en een voetje afgehaald. De stuit passeert spoedig het ostium, de opgeslagen armen worden met moeite ontwikkeld, daarna blijft het hoofd boven de cervix staan. Daar het kind nog leeft, wordt getracht den achtersten cervixwand in te knippen Wegens de geringe ruimte kan slechts een incisie van 1 cM. gemaakt worden. Daarom Smellie-Yeit met druk, boven de symphysis op het hoofd, waarop het de cervix passeert. Placenta manueel verwijderd en de uterus getamponneerd. De gemaakte incisie inden achterwand is verder gescheurd tot voorbij het gewelf. De scheur bloedt niet, wordt gehecht met catgut, de vagina getamponneerd. Het kind is schijndood, komt niet bij, weegt 2.5 K.G. Eenige uren na de baring klaagt patiënte over pijn inden buik, die inden loop van den dag toeneemt. Den volgenden dag is de buik sterk opgezet, geen flatus, braken; de temperatuur stijgt tot 38.3. Pols 130, regelmatig. Den 24en Oct. is de toestand dezelfde, duidelijke „Darmsteifung”. 25 Oct. veel flatus, de temp. stijgt tot 39.4, pols blijft tamelijk goed. 26 Oct. buik veel dunner; na maagspoelen is het braken opgehouden. Uterus niet pijnlijk. Links naast den uterus heftige pijnlijkheid. Ook het Cavum Douglasii is pijnlijk. Yan infiltratie is niets te bespeuren. Patiënte vertelt nu, dat zij inde laatste helft der zwangerschap enkele malen links en ook rechts inde buik zeer hevigen pijnaanvallen gehad heeft. Het is dus mogelijk dat de peritonitisverschijnselen in verband staan met pathologische processen inde buikholte en niet met den partus, welke laatste mogelijkheid bovendien wel bijna uitgesloten kan worden, daar de wond inden achtersten cervixwand geheel a vue is geweest, en het Cav. Douglasii zeker niet heeft geopend. Intusschen is het verdere beloop zeer gunstig, de temp. daalt, de pijnlijkheid verdwijnt en den 15en dag verlaat patiënte de kliniek. De wond inden cervix is niet genezen; er bestaat

170

Sluiten