Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

herinnert zich een geval, dat na de castratie veel verbeterd was; doch na een jaar of vijf kwam zij terug, en was er toen weer veel slechter aan toe. 11ij vraagt, hoe lang de patiënte van Prof. Kouwet en die van den heer D e Sn o o na hun genezing in observatie zijn geweest? Prof. Kouwet antwoordt dat zijn geval 6 jaar geleden en de patiënte goed gebleven is. Het geval van den heer De Sn o o dateert pas van verleden jaar. Vervolgens spreekt Prof. van der Hoeven over de aetiologie van erosies, waarbij hij photographioën van mikroskopiscbc praeparaten met het skiopticon vertoont. Spreker herinnert aan het onderzoek, dat hij vijf jaar geleden over dit onderwerp heeft gepubliceerd. Wat hij nu te, zeggen heelt, is een aanvulling van dat onderzoek. Hij is destijds opgekonien tegen de voorstelling, die Ruge en Yeit van liet ontstaan der erosies hebben gegeven. "Volgens hun opvatting zou het cilinderepitheel, dat de erosies bedekt, uit het plaveiselepitheel van de portio zijn ontstaan, doordat de bovenste lagen werden afgestooten en alleen de basale laag overbleef. Spreker is door zijn eigen onderzoek tot een andere voorstelling gekomen nl. deze, dat de erosie ontstaat dooreen verschuiving van de grens tusschen cilinder- en plaveiselepitheel ten gunste van het eerste; eene grensverschuiving, welke het gevolg is vaneen voortdurende]! strijd tusschen deze beide weefsels, die pogen elkander terug te dringen. Deze strijd gaat gepaard met een reactie in liet onderliggende weefsel die door leucocythen-infiltratie is gekarakteriseerd, maar die niet met ontsteking is gelijk te stellen. De vorm en de plaats der erosieklieren pleiten voor deze opvatting. Onlangs is nu door Schottlander1) een onderzoek over het onderwerp gepubliceerd, waarbij deze, wat de ontwikkeling van de erosie uit de cervix betreft, zich bij sprekers onderzoek aansluit. Ook hij neemt een strijd tusschen de beide epitheelsoorteu aan, maar wil deze toch als het gevolg vaneen ontstekingsproces opvatten. Deze oppositie lag voor de hand. Spreker was er op voorbereid en had er zich tegen gewapend door het onderzoek vaneen materiaal waarbij de mogelijkheid van ontsteking zooveel mogelijk was uitgesloten. Dat materiaal bestaat uit portiones van voldragen en onvoldragen neonatae, die kort na de geboorte gestorven zijn: het jongste 6 maanden oud. >) Monatssehrift f. Geb. und Gyu. XXVI, 1.

185

Sluiten