Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw, die het niet wenschelijk maakt haar nog langer te doen verblijven in haar minder aangenaam milieu, te midden der vochtige, min of meer verontreinigde omgeving, maar haar beter tot zichzelf te doen komen door warmte, rust eu gemakkelijke ligging; óók psychisch door het gevoel, dat de partus geheel afgeloopen is. Uit deze wijze van behandeling laat zich verklaren, dat ik genoteerd heb in het geheel 24 gevallen van adhaerente placenta, waarvan echter slechts bij 13 gevallen manueele verwijdering noodig was. Inde overige vind ik aangeteekend :na eenigc malen (tot 6 maal ineen geval) Cre de; of na één uur of na twee uur kwam de placenta door uitwendige handgrepen. Of on in hoeverre deze gevallen nn als echte placentae adhaerentes geduld kunnen worden, laat ik daar. Na manueele verwijdering van de placenta tamponneerde ik nog in eenige gevallen, mode als voorzorgsmaatregel, waar ik meende, de placenta niet in toto te hebben verwijderd. Dat men zich overigens overeen eenigszins lang verblijf van de placenta in utero niet al te zeer ongerust behoeft te maken, bewijzen wel gevallen als die, waarvan ik u in het begin dezer lezing een paar voorbeelden citeerde, waar ik in het eene geval 4 uur, in het andere 5 uur na de geboorte van het kind de secundinae te voorschjjn bracht. Eenmaal, misschien wel onder den indruk van één dezer gevallen, bij een partus vlak in mijn buurt, in alleronzindelijkste omgeving, ging ik ’s avonds wmg, toen ik de placenta na een paar maal geforceerd pogen niet kon machtig worden, do boodschap gevende, mij direct te roepen, als er bloed kwam of men dacht, dat er iets niet inden haak zou zijn. Ik raakte op mijn stoel in slaap en toen men na een uur of drie nog geen alarm geslagen had, ging ik naar bed; was echter nog niet geheel gerust. De lui ter plaatse hadden misschien minder onrust dan ik, waren ook maar gaan slapen en den volgenden morgen ging de placenta er vlot uit. Als unicum mag ik dit geval hier wel citeeren, zeker' niet als navolgenswaardig voorbeeld; de gedachte aan eventueele stoornissen als gevolg vaneen niet afgeloopen partus blijft verontrustend. Daartegenover meen ik, dat eenige snelheid van handelen inde buitenpraktijk ook in dit tijdperk toegestaan kan worden, en op grond van mijne ervaring eene nog meer exspectatieve therapie als hier gevolgd is, in het algemeen niet noodig is. Ten slotte, vraag ik nog voor eenige oogenblikken uwe aandacht

250

Sluiten