Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De scheur wordt met zijden knoophechtingen gesloten, terwijl een doorloopende zijden hechting het verscheurde terrein met serosa bedekt en van de buikholte afsluit. Met het oog op de gebleken broosheid van den uteruswand, welke een volgende zwangerschap voor de vrouw hoogst gevaarlijk maakt, worden beiderzijds de normale tuhae doorsneden en afgehonden. De stomp van het uterine einde wordt, na insnijden van de serosabekleeding van het lig. latum tusschen de bladen van den breeden band gestoken en vastgehecht. Over de weder dichtgenaaide insnijding wordt de stomp van het abdominale einde der tuba gehecht. De uterus blijft goed gecontraheerd. Ha reiniging der buikholte van stolsels, meoonium en vernix caseosa worden de verschillende lagen van den buikwand met zijden hechtingen gesloten. De genezing wordt de eerste dagen gestoord door temperatuursverhooging tot 88.4°; het verdere verloop is echter gunstig. Bij vertrek uit de kliniek op den 39en dag blijkt de goed geïnvolveerde uterus hoog te staan en aan den buikwand gefixeerd te zijn. De vrouw ziet er best uit, en vindt zelf, dat ze beter kan loopen. De diagnose werd gesteld op grond van het met vrij groote zekerheid voelen van het ledige corpus uteri, het zeer duidelijk voelbaar zijn der vrucht en het plotseling sterven van de laatste. Het onbereikbaar zijn van het hoofd voor den onderzoekenden vinger mocht echter hier geen gewicht inde schaal leggen, met het oog op de belemmering, welke de vernauwde bekkenuitgang bij het onderzoek veroorzaakte. Tegen het bestaan eener uterusruptuur pleitten de goede toestand der vrouw en het ontbreken van symptomen van peritoneumprikkeling en van inwendige bloeding. De buik was niet gespannen, nergens pijnlijk, de flanken niet gedempt, de pols wel frequent maar goed gevuld, de gelaatskleur blozend, de ademhaling rustig. Bij het onderzoek kwam zoo goed als geen bloed naar buiten. De vrouw had slecht enkele weeën gehad. Wel had de vrouw eenige malen gebraakt, hetgeen echter een te veelvuldig verschijnsel durante partu is, dat hieraan waarde mocht worden toegekend. Bovendien wees de plaats gehad hebbende dcfaecatie op een ontbreken van darmparese. De frequente pols mocht op rekening van de temperatuursverhooging en de thrombose der vena cruralis gesteld worden.x) Dit geval van uterusruptuur, waarbij de scheur in het eerste be>) Deze thrombose moet bij het ontbreken van infectie en van langdurige bedrust der vrouw worden toegeschreven aan het stollen van het bloed inde uterus venae door den druk van de vrucht op deze vaten tijdens het langzame ontstaan der verscheuring.

302

Sluiten