Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedekt met een vuilwit beslag, gevormd door etter en necrotisclie flarden. Er was dan ook eene rijkelijk stinkende, wat bloederige afscheiding uit de vagina. De temperatuur was ook nu matig verhoogd, tot 38.3. Het was duidelijk, dat voordat tot eenige behandeling der inversie zelf kon worden overgegaan, het slijmvlies van de baarmoeder eerst in betere conditie moest zijn. Patiënte werd dus plat te bed gelegd en de vagina viermaal daags met waterstofsuperoxyd geïrrigeerd. Onder deze behandeling werd de afscheiding spoedig minder en na 20 Maart was de temperatuur normaal. De algemeene toestand was intusschen .veel verbeterd en met het oog daarop nam ik mij voor, patiënte op den artsencursus voor te stellen en tegelijk in narcose eene poging tot repositie te doen. Zonder dat ik haar vooraf nogmaals onderzocht had, werd zij daartoe 23 Maart in narcose gebracht; zij braakte daarbij niet; maar toen ik den aanwezigen collega’s de omgestulpte baarmoeder in het speculum zou laten zien, was zij verdwenen! De uterus bleek in retroversie te liggen, was gemakkelijk reponibel, volkomen beweger lijk en van nagenoeg normale grootte, liet halskanaal was nog gemakkelijk voor den vingertop toegankelijk. Inde vagina bevond zich geen spoor van etter of bloed. Daar zich geen complicaties voordeden, met name geen salpiugitis optrad, kon patiënte eenige dagen later ontslagen worden. Zij maakte het ook ‘thuis verder goed; na een Va jaar menstrueerde zij weer voor het eerst. Gedurende den tijd, dien patiënte inde kliniek verpleegd werd, is dus de reïnversie tot stand gekomen. Daaraan is geen twijfel mogelijk. In verband met de wijze, waarop dat zou kunnen zijn geschied, zij medegedeeld, dat patiënte die 8 dagen voorbeeldeloos plat en rustig te bed heeft gelegen, dat de ontlasting noch de urineloozing eenige inspanning kostten of eenige afwijking vertoonden, en dat andere oorzaken, waardoor sterke wisselingen inde iutraabdominale drukking zonde kunnen zijn opgetreden, als hoesten, niezen, sterke gemoedsaandoening, niet hadden bestaan. Omtrent het tijdstip, waarop de reïnversie tot stand gekomen is, is met zekerheid niets te zeggen. Alleen is het van belang, dat de hoofd verpleegster, die met het irrigeeren was belast geweest, mij na de ontdekking der reïnversie meedeelde, dat het haar Zaterdag 20 Maart opgevallen was, dat er meer ruimte inde vagina scheen te zijn, waaraan zij toen echter verder geen aandacht had geschonken. Dien dag was de etterige afscheiding bovendien zeer rijkelijk, terwijl de afscheiding daarna nagenoeg geheel ophield. Het lijkt mij op grond daarvan waarschijnlijk, dat de baarmoeder

3

Sluiten