Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men weet, welke die stoffen zijn. Yan de lipo-lytische functie van het bloed weet men voor ’t oogenblik, naar het schijnt, niets meer dan dat het vet spoorloos verdwijnt. Het vet, dat wordt gevonden in het chorionepithelium, is dus waarschijnlijk in anderen vorm opgenomen en inde cellen zelf opnieuw opgebouwd. Dit nieuw gevormde vet wordt inde diepere lagen van het stroma der chorionvlok, in het vaatendothelium of in het foetale bloed (dat ook een lipo-lytische functie heeft) weer ontleed, om nogmaals opnieuw te worden opgebouwd en te worden vastgelegd inde meerendeels vetrijke organen van het embryo. Het opnemen van zuurstof uit het bloed der moeder is bij uitnemendheid een functie van de allantoïs, die bij de reptilien en de vogels uitsluitend als respiratieorgaan moet worden beschouwd. Deze functie wordt overgenomen door de placenta der zoogdieren. Dat het foetale bloed telkens bij het stroomen door de chorionvlok zuurstof opneemt of liever, dat het haemoglobine inde haarvaten der chorionvlokken iu oxy-haemoglobine wordt omgezet, werd indertijd door Zweifel spectroscopisch aangetoond. Of dit geschiedt door diffusie, omdat de zuurstofspanning in het moederlijke bloed hooger zou zijn dan in het foetale, schijnt twijfelachtig, daar het verschil in O-spanning tusschen het moederlijke en het foetale bloedplasma slechts gering schijnt, te gering voor een snellen overgang der zuurstof van het ééne bloed in het andere. Men is geneigd (Hofbauer), de opname van zuurstof door het foetale bloed op te vatten als een reductie van het moederlijk oxyhaemoglobine tot haemoglobine en als een oxydatie van het foetale haemoglobine tot oxy-haemoglobine door de katalytische werking vaneen ferment, dat zich in het chorionepithelium bevindt. Eveneens wil men aannemen, dat het fermenten zijn, die de roode bloedlichaampjes aantasten en eiwitstoffen ontleden, en wel verschillende stoffen, die elk voor zich een specifieke werking hebben en vermoedelijk in verschillende lagen van de chorionepitheliumcellen zijn gelegen. Tusschen het epithelium van de chorionvlok en het epithelium der vlokken van den darmwand bestaat, functioneel, een groote overeenkomst. De bijzondere eigenschappen van het chorionepithelium maken de placanta tot een orgaan met een sterk gedifferentieerde functie: niet alleen worden stoffen doorgelaten of eerst na omzetting opgenomen, maar ook worden andere tegengehouden en niet opgenomen, al zijn zij ook in onmiddellijke aanraking met het chorionepithelium.

91

Sluiten