Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De door velen gehuldigde opvatting, dat bij een overigens goed ontwikkeld geslachtsapparaat de occlusio hymenalis aan bacterieinvloeden moet worden geweten, het op later leeftijd teruggehouden bloed aan deze bacteriën infectieuse eigenschappen moet ontleenen en de dan gevonden afsluiting der tubae eveneens op een daardoor veroorzaakte ontsteking moet berusten, vindt in bet medegedeelde geval geen steun. Het hymen kan, als geheel op zich zelf staande ontwikkelingsfout, zonder hacterie-invloed, een membraan zonder opening worden. Het op lateren leeftijd achtergehouden bloed vult dan vagina, cervix, corpus uteri en ten slotte de tubae; uit het bloed, dat in het abdominale uiteinde der tuba voor den dag komt, zet zich fibrine af en hierdoor komt de afsluiting van den eileider tot stand. In zoodanig geval is er geen reden bijzonder beducht te zijn voor het infectieus karakter van het oude bloed, tenzij dit later, vanuit den darm b.v. geinfecteerd mocht zijn geworden. Ook dan, wanneer de afsluiting van bet hymen inde prille jeugd door bacterieele ontsteking tot stand kwam, behoeft op later leeftijd de teruggehouden bloedmassa nog niet met levende bacteriën behebt te zijn. Spr. wil nu niet de gevolgtrekking maken, dat men dus alle vrees voor uitstorten dier bloedmassa inde buikholte zou moeten laten varen en dus bij dergelijke maximale uitzettingen, als waarvan zijn geval een voorbeeld geeft, rustig het hymen zou kunnen openen, zonder meer. Yeiliger is het, eerst de buikholte te openen en zich te overtuigen van den stand van zaken; dan moet echter niet principieel do haematosalpinx worden weggenomen, maar integendeel principieel worden gespaard, tenzij de inbond duidelijk de vrees voor infectie wettigt. De heer Stratz zegt, dat hij indertijd bij de mededeeling van twee gevallen van aangeboren haemato-elytrometra en haematosalpinx bij uterus en vagina duplex, opgekomen is tegen de door Ye i t verdedigde voorstelling, als zou de atresie steeds het gevolg vaneen van onderen opstijgende infectie zijn. Prof. Kou we r beeft nu door de mededeeling van zijn geval het bewijs nog verder uitgebreid door aan te toonen, dat ook aan de tubae bij haematosalpinx alle ontstekingsverschijnselen kunnen ontbreken. Heeft de heer Kouwet wellicht een stukje van den tubairwand weggenomen, om dit bewijs ook mikroskopiscb te leveren? Prof. Kouwer antwoordt, dat bij dit niet beeft gedaan. De tuba scheurde in, maar is overigens intact gelaten. Mejuffrouw van Tussenbroek vraagt, of Prof. Kouwer wellicht uit de afsluitende membraan een stukje voor mikroskopiscb onderzoek heeft geknipt. Ineen vroeger door haar behandeld en

143

Sluiten