Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

abscesetter vaneen pyosalpinx en een parametritis, dat de obligaat anaërobe bacteriën gevonden waren; als verwekkers van kraamvrouwenkoorts in het circuleerende bloed konden ze tot nu toe nog niet worden aangetoond. Ja, Krönig had zelfs in ’99 nog geschreven: „De natuur der anaërobe bacteriën stelt ons in staat eenige gevolgtrekkingen te maken omtrent hun voorkomen in het menschelijk „organisme. Daar de rottingskiemen de zuurstof ontwijken, ja bij „ruimen zuurstoftoevoer zelfs te gronde gaan, is dus een vermeerdering dezer bacteriën in het bloed van huis uit onmogelijk. De „saprogene bacteriën kunnen nooit een septichaemie, doch slechts „een sapraemie veroorzaken, d. w. z. zij kunnen wel hun stofwisse„lingsprodueten, endotoxinen, alcaloïden, ptomaïnen en toxalbuminen „inde circulatie brengen, doch zij kunnen niet zelf in het bloed „doordringen en daarin leven” *). De groote verdienste van Schottmüller is het nu, anaërobe bacteriën als primaire verwekkers van koorts in het kraambed en hun aanwezigheid op bepaalde tijden in het bloed aangetoond te hebben. Hij was daartoe in staat met eendoor hemzelf uitgedachte methode. Hij heeft namelijk, evenals voor de aerobe kuituur de bloedagarschaal 2:5 (2 cM.3 bloed -j- 5 cM.3 agar), voor de anaërobe kweeking de naar hem genoemde zoogenaamde „cylihdercultuur” uitgevonden, waardoor eigenlijk in het algemeen het nauwkeurige en eenvoudige anaërobe bloedonderzoek eerst mogelijk geworden is. Ineen omstreeks 20 cM. langen en 5 cM. breeden glazen cylinder worden ± 75 cM.3 vloeibare, op 45° C. afgekoelde agar met 10 a2O cM.3 van het te onderzoeken bloed vermengd en tot stolling gebracht. Het inwendige der diepere lagen van deze agarzuil is stellig zuurstofvrij. Na 2-—3 X 24 uur (de anaërobe kiemen hebben voor hun ontwikkeling meer tijd noodig dan de aerobe) worden de kolonies zichtbaar. Om de cultuur te „ontsluiten” voert men een steriel glasstaafje tot op den bodem van den cylinder, zoodat de lucht kan binnendringen, en laat de agarzuil op een steriele petrischaal glijden. Daar kan men dan den agarcylinder met een telkens weer uitgegloeid mes in 2 a 3 mM. dikke schijfjes snijden en de kolonies tellen en afzonderlijk onderzoeken 2). De door hem en onder zijn leiding met deze methode verkregen *) Men ge en Krönig, „Ueber verschiedene Streptoooocen-Arten”, Monatsschr. f. Gr. u. Gr. 1899, Bd. 9, p. 207. 2) Sehottmüller, „Zur Bedeutung einiger Anaeroben i. d. Pathol., insbesondere bei puerperalen Erkrankungen," Mitt. a. d. Grrenzgebieteu d. Med. u. Chir. 1910, Bd. 21, Hft. 3, p. 466.

78

Sluiten