Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tevens heb ik toen gewezen op de mogelijkheid, dat tijdens het laatste gedeelte van de haring een aanval van „petit mal” was opgetreden, of dat de bewusteloosheid afhankelijk was van uitputting door de heftige weeënpijn, en heb ik de eerste veronderstelling aannemelijker gevonden. Een dergelijk geval van bewusteloosheid tijdens de haring, echter op hysterie berustend, wordt door van Ro o y !) medegedeeld. De overige vijf kenmerken zich alle dooreen kortdurenden toestand van opgewondenheid en verwardheid met angstverwekkende hallucinaties. Bij n°. 28 duurde deze toestand + 6 uur, bij n°. 29 twee uur, bij n°. 30 en 31 en 32 een klein uur. Deze vijf gevallen zijn in twee groepen te verdeelen n.l. een groep welke de vrouwen omvat, wier urine eiwit bevat (n°. 28, 29, 30) en een tweede groep van vrouwen met normale urine (n°. 31 en 32). Bij n°. 28 bevatte de urine inde zwangerschap voortdurend eiwit afwisselend van 3/4 °/00 tot een spoor. Deze eiwitafscheiding nam tijdens de haring niet toe en bleef tot het vertrek der vrouw uit de kliniek op dezelfde hoogte. Bij n°. 29 had de vrouw in haar zwangerschap een pyelitis doorgemaakt, welke ongeveer zeven weken vóór de haring genezen was. Tijdens de haring bevatte de urine weer 2 °/00 eiwit, dat in het kraambed snel verdween. Bij n°. 30 bevatte de tevoren normale urine dadelijk p. partum een weinig eiwit, dat den volgenden dag weer verdwenen was. Wat de urinehoeveelheid betreft, is bij n°. 28 na de haring een geringe, bij n°. 29 een grootere, bij n°. 30 een sterke toename te constateeren. Bij de tweede groep van vrouwen is de urine blijvend normaal geweest. Echter is vaneen onderzoek dadelijk p.p. niets vermeld en is dit dus waarschijnlijk niet verricht, zoodat de mogelijkheid vaneen kortstondige eiwitafscheiding niet is uitte sluiten. Bij beide vrouwen echter is wel kunnen vastgesteld worden, dat zij altijd zenuwachtig zijn geweest. Bij n°. 31 waren daarbij geen symptomen van hysterie te vinden, bij n°. 32 daarentegen waren deze duidelijk aanwezig. Is bij de door Treub2) verzamelde 20 gevallen een zelfde scheiding te maken? Helaas zijnde meeste uit vroegeren tijd afkomstig, zoodat de opgaven, de urine betreffende, meestal ontbreken. Slechts in 3 gevallen is urineonderzoek verricht, bij alle ontbrak eiwit. I) Ibidem Jaargang 18 p. 284. 1908. J) Leerboek der Gerechtelijke Verloskunde p. 211 en volg. geval VIII —XXVII.

61

Sluiten