Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om het nuttig effect der uitwendige keering te schatten (berekenen mag ik wegens de kleine cijfers niet zeggen) moet ik er deze drie natuurlijk wel bij rekenen Uit dezelfde kliniek en bij hetzelfde materiaal vonden wij voor de mortaliteit bij stuitgeboorten bij primiparae 20%. Yan de 20 primiparae, bij welke wijdoor uitwendige keering een schedelligging hebben teweeggebracht en die nu levende kinderen hebben gekregen, zouden anders 4 een dood kind ter wereld hebben gebracht. De mortaliteit der in stuitligging geboren voldragen kinderen van multiparae vonden wij 9% en dus zouden van de 21 multiparae 2 een dood kind ter wereld gebracht hebben. Dat geeft dus voor onze gevallen een winst van 3 kinderlevens, d. w. z. op de 44 in aanmerking komende gevallen een winst van 9%. Volledigheidshalve laat ik hieronder volgen de data, waarop de uitwendige keering inde verschillende groepen is verricht. Bij de primigravidae verliep er tusschen de uitwendige keering en de baring een dag 1 maal, drie dagen 2 maal, een week 1 maal, twee weken 3 maal, drie weken 4 maal, vier weken 3 maal, vijf weken 6 maal, zes weken 4 maal, zeven weken 3 maal, acht weken 5 maal, negen en elf weken elk 2 maal, onbekend 7 maal. Yerder valt hierbij nog op te merken, dat 4 maal een korte narcose noodig is geweest en dat een maal (17°. 112, 1903) is genoteerd: keering wat moeilijk, maar zonder narcose; schedel daalt dadelijk in. Yoor de twee-barigen is de tijd, tusschen uitwendige keering en baring verloopen, als volgt: nul 1 maal, eenige uren 1 maal, een dag 1 maal, twee dagen 2 maal, drie, vier en zes dagen elk 1 maal, een week 3 maal, drie weken 6 maal, vier weken 3 maal, vijf weken 8 maal, zes weken 7 maal, zeven weken 6 maal, acht weken 1 maal, tien weken 1 maal, elf weken 5 maal en onbekend 1 maal. Narcose is toegepast bij de keering in bet begin der baring; daarbij diende de narcose tevens en allereerst om de diagnose vast te stellen. Yerder bij de keering, die één dag en bij die zes dagen voor de baring werd verricht. Bij de laatste staat genoteerd, dat de schedel eenige uren later ingedaald was. Driemaal volgde (resp. na 3,5 en 6 weken) op de uitwendige keering eivliessteek voor ingangsvernauwing; een vierde maal geschiedde de eivliessteek in aansluiting aan de tweede uitwendige keering, nadat de, den vorigen dag teweeggebrachte, schedelligging weer ineen stuitligging veranderd bleek te zijn. Bij een secundigravida (N°. 127 1906) werd 21 Januari inwendige keering gedaan;

110

Sluiten