Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geziene. De Fabrica van Vesalius had een groot succes en dit werk werd dan ook herhaalde malen opnieuw afgedrukt en uitgegeven1). De uitgave, in 1725 door Boerhave en Albinus verzorgd, is wel eender beste. Hiervoor zijn door I. Wan del aaide platen in koper gegraveerd, naar de oorspronkelijke houtgravures. Daar Wandelaar een in zijn vak hoogst bekwaam kunstenaar was, zijn deze gravures met de grootste nauwkeurigheid uitgevoerd, zoo getrouw mogelijk het origineel weergevend, en juist daarom is deze uitgave zoo geschikt om een vergelijking te maken omtrent de waarde van hout- en kopergravures voor de anatomische afbeelding. Een van de voorwaarden, waaraan een afbeelding behoort te voldoen, is de eisoh van duidelijkheid, en dan valt de vergelijking a priori, door de wijze van bewerking, uit in het voordeel van de kopergravure. De veel scherpere omtrekken en lijnen, de grootere fijnheid, die aan de kleinste streepjes gegeven kan worden, en do grootere afwisseling van licht en donker zijn oorzaak, dat een goed uitgevoerde en goed afgedrukte kopergravure meer „spreekt” en den beschouwer een duidelijker beeld aan biedt, doch kan juist deze duidelijkheid ontaarden door te willen voldoen aan de zucht om op één gravure al te veel te laten zien; dit nadeel komt vooral uit, wanneer nog gebruik gemaakt wordt van het hulpmiddel, door letters of cijfers inde teekening de plaats aan te duiden van die deelen, welke men wil toonen. Zóó kunnen gravures uit een aesthetisch oogpunt geheel bedorven worden; men denke aan de prachtige gravure, de vrouwelijke naakte figuur voorstellende uit den anatomischen atlas van Bi dl o o2), waar geheel overbodig dooi de letters A: „haare borsten” en door B: „schaamelheid” worden aangeduid als de eenige zaken, waarvoor deze folioplaat door de Lairesse zoo fraai geteekend en gegraveerd is. Maar vooral schaadt het aanbrengen van deze teekens bij overlading en wordt een goede gravure tot een hoogst onduidelijke afbeelding zooals b.v. de plaat van „de vrouwelijke teeldeelen”, inde „nieuw hervormde anatomie” van Stephan BI ank aart3). Om aan dit bezwaar tegemoet te komen en tegelijkertijd toch zooveel mogelijk op één plaat te kunnen demonstreeren, waarbij zeker de groote kosten, verbonden aan de uitgave van zulke platen, ') Zie de Feyfer: Die Schriften desAndreasYesalius, in Janus 1915, 2) G. Bidloo, Anatomia huraani corporis, centum et qninque tabulis, per G. de Lairesse ad vivum delineatio demonstrata. Amsterdam 1685. 3) Bij Jan ten Hoorn, Boekverkooper over ’t oude Heere-logement, 1696.

114

Sluiten