Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werden uitwendig geen bijzonderheden gevonden. De portio was breed, de uterus lag in anteflexie, was iets vergroot en vast. Rechts daarvan was een normaal ovarium te voelen, terwijl links niets gevoeld werd. De diagnose werd gesteld op praeclimacterisohe bloedingen en extr. erodii ciout. liq. werd voorgeschreven, 4 d.d. gtt. XXV. Pat. gebruikte 100 gr. extract. Inde volgende 4 maanden kwam de menstruatie slechts 3 dagen te vroeg en was veel minder profuus dan gewoonlijk. Pat. was over het bereikte resultaat zeer tevreden. Ook bij adnex-afwijkingen werd het erodium met gunstig gevolg aangewend ter bestrijding van de profuse en onregelmatige menstruatie. In 7 van 13 gevallen was het resultaat goed, in 2 gevallen redelijk, in 2 gevallen matig, in 1 geval twijfelachtig en in 1 geval werd in het geheel geen gunstig gevolg gezien. Het volgende uittreksel uit de ziektegeschiedenis van pat. S. moge als voorbeeld dienen.’ Onderzoek 9 Juli 1915. Anamnese. Leeftijd 23 jaar. 1 partus, geen abortus. In 1911 opgenomen wegens exsudaat in het cavum Douglasii en ontsteking der linker adnexa. Pat. werd toen behandeld met ijsblaas en resorbentia. Einde 1912 weder resorbeerende therapie wegens salpingooophoritis duplex. In Maart 1914 kolpotomia post. wegens pelveoperitonitisch exsudaat. Nu sinds een jaar menstruatiestoornissen, menstruatie profuus, met coagula, vrij interval 2 weken, duur 4 tot 8 dagen. Status praesens. Fluor albus, uterus in anteflexie, iets grooter dan normaal, vast. Adnexa licht gezwollen, pijnlijk. Diagnose. Metrorrhagie. Salpingooophoritis. Wegens de metrorrhagie wordt pat. behandeld met extr. erodii cicut. liq. 4 d.d. gtt. XXV. Zij gebruikte hiervan 200 gr. De toestand werd 30 Juli, 25 Augustus, 24 September en 13 October gecontroleerd. De menstruatie kwam nu steeds op tijd, niet profuus, zonder coagula, 3 tot 4 dagen durende. In 2 gevallen werd het erodium-extract gegeven aan patiënten met fluxus bij anteflexio uteri pathologica. Wat de bloeding betreft, is het bereikte resultaat in het Iste geval goed te noemen, terwijl in het 24e geval ieder gunstig effect uitbleef. In dit geval bleven ook oprekken van het halskanaal en curettage zonder uitwerking. In geen der beide gevallen had het erodium invloed op de dysmenorrhoe. Dit was ook niet te verwachten, daar inden bouw van de baarmoeder een mechanische oorzaak hiervoor gelegen was. Ook ineen geval van retroflexio uteri werd erodium gegeven. Pat. had tevens een dubbelzijdige zeer lichte salpingitis. Mogelijk was de bloeding afhankelijk van de liggingsafwijking, mogelijk ook

180

Sluiten