Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aard van de te brengen hulp. Decapitatie en intrauterine scheiding der gemelli worden van de lijst geschrapt, de eerste, als zijnde te gevaarlijk voor de moeder bij het nog niet geboren hoofd en geheel overbodig bij het geboren hoofd. Scheiding is of onuitvoerbaar of voor de moeder hoogst bedenkelijk en bij een kleine verbindingsbrug niet noodig. Bij stuitliggingen is zelfs in het geval, dat reeds een stuit geboren is, de verbindingsbrug nog zoo moeilijk te bereiken, dat de scheiding onuitvoerbaar is. Zijn beide bekkens geboren, dan is zij niet meer noodig. Een derde hulpmiddel, het plaatsen van het tweede hoofd op den bekkeningang, is alleen dan mogelijk, wanneer de geheele hand kan worden ingebracht, maar dan is het ook mogelijk te keeren en is dit verre te verkiezen. Er blijven dan op de lijst van Hohl nog de volgende kunstbewerkingen over; fste. Perforatie. Deze komt in aanmerking, als twee hoofden tegelijk in het bekken zijn opgenomen en de tang inden steek laat; ook dan, wanneer een weg moet worden gebaand voor de keering. 2de: Porcipale extractie De tang worde aangelegd, als een romp geboren is. en het hoofd niet wil volgen. Bij twee hoofden extraheere men achtereenvolgens eerst het voorliggende en dan het tweede. Staan beide hoofden tegelijk in het bekken, dan ontwikkele men eerst dat hoofd, hetwelk het diepst staat. Het meest voorkomende geval is wel, dat een hoofd in het bekken staat en met de tang niet kan worden uitgehaald. Yóórdat dan al te sterke tracties worden gedaan, zal de verloskundige, temeer, wanneer er reeds vermoeden op of zekerheid van gemelli is, eerst dienen te onderzoeken, quae sit causa? Is er dan door dit onderzoek eenig vennoeden op diplopagi, dan worde de tang afgenomen en keere men op de voeten. Hierbij kan zich het geval voordoen, dat het tweede hoofd reeds in het bekken is opgenomen en zich niet laat terugdringen. Dan probeere men drukking door den buikwand heen op het tweede hoofd, terwijl tegelijkertijd een voorzichtige tractie met de tang uitgeoefend wordt; echter alleen, indien de kinderen nog leven! Zijn ze afgestorven of gelukt de tangverlossing niet, dan komt pas de perforatie in aanmerking. 3de: Keering en uithaling. Volgens Hohl zal geen verloskundige er zelfs aan denken, bij een verkeerde ligging van het kind, dit te voorschijn te willen brengen door maar aan onverschillig welk deel, mits het slechts te bereiken is, te gaan trekken. Waarom wordt dit dan wel gedaan bij dubbelmonstra ? Het antwoord ligt voor de hand: gewoonlijk zal de obstetricus, ten einde raad, zich geen voldoende rekenschap meer geven van zijn

22

Sluiten