Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Geval XXYIII. VI 1916. X°. 386. I-para, 21 jaar. 11 Juli opneming, nadat er minstens twee aanvallen van eclampsie waren geweest. Daarvoor had patiënte hevige hoofdpijn gehad en gebraakt. Sinds de laatste veertien dagen zou zij zieh minder prettig gevoeld hebben, met klachten over hoofdpijn. Yoor het vervoer had de huisarts, die een aanval had waargenomen, 20 mGr. morphine ingespoten. Bij opneming is zij soporeus, heeft schuim op den mond, reageert traag. De urine bevat naast 6,5 °/0 eiwit wat roode bloedcellen en oylinders. Het gelaat is matig opgezet en aan de beenen is een matig oedeem. De bloedsdrukking is 158 (Riva Rocci). De uterus reikt tot aan den ribbenboog, het hoofd is ingedaald, de haring nog niet begonnen. Yrij spoedig komt patiënte wat meer bij, zij drinkt, slaapt veel en de aanvallen herhalen zich niet. Reeds den volgenden dag krijgt zij zoutloos voedsel; zij blijft echter over hoofdpijn klagen en 14 Juli treedt weder een aanval van eclampsie op. Intusschen was het eiwitgehalte sterk gedaald, maarde bloedsdrukking tot 180 gestegen. Ondanks 10 mGr. morphine trad vier uur later nog een aanval op, waarom een uur later een aderlating van 600 cc. werd gedaan. De enkele uren daarna bepaalde bloedsdrukking bleek toch nog 180 te zijn, maarde aanvallen bleven verder uit en nu voor goed. 21 Juli beviel patiënt bijna a terme vaneen levend kind van 2.970 K.G. Onder zoutloos diëet was zij in die week 2 K.G. afgevallen en de albiminurie tot op | °/00 gedaald. Zij was er echter als gevolg der ruime aderlating bleek blijven uitzien, was erg slaperig en bleef over lichte hoofdpijn klagen, terwijl de bloedsdrukking hoog bleef. (Zie lijst.) Dadelijk na de bevalling daalde de bloedsdrukking sterk, maar bereikte eerst na ongeveer veertien dagen den norm. Intusschen verdween altijd nog onder zoutloos diëet het eiwit. Het kraambed was licht febriel. Opmerkelijk is hier de plotselinge daling van de bloedsdrukking onmiddellijk na de lediging van de baarmoeder, terwijl ondanks het zoutloos diëet de bloedsdrukking vóór de haring zelfs geen neiging tot daling vertoonde. Het is mogelijk, dat de tolerantie voor keukenzout zóó klein was, dat de twee Gram, die het voedsel toch nog altijd per dag bevatte, bijna nog te groot was. Yan daar dan dat de invloed van het diëet zich minder snel deed gelden en er na ruim drie dagen nog weder aanvallen optraden. Maar daarna was het ook uit. Vergelijken wij deze resultaten met die, welke wij vroeger verkregen met melkdiëet, dan blijkt, dat inde vier van de tien,

67

Sluiten