Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

delijk grootere cellen (eitjes) te herkennen zijn. Meer in het midden yan het ovarium vindt men primairfollikels. Ovaria 111 a en b, foetus van 6 maanden. Oppervlakkig epithelium slecht bewaard gebleven. Enkele grootere cellen tusschen kleinere waar te nemen. Weinig primairfollikels te zien, veel oelgrcepen. Inden hilus ziet men paraophoronweefsel. Ovaria IY a en b, foetus van 6 maanden. Als ovaria 111. Ovarium Y, foetus 7 maanden. Weinig oppervlakkig epithelium (cubisch). Aan den rand van het ovarium neemt men celgroepen waar, meer naar het midden primairfollikels in verschillende graden van ontwikkeling, enkele follikels van de Graaf. Tusschen de follikels ziet men bloedvaten en bindweefselstrengen. In enkele follikels worden twee cellen aangetroffen, ook een enkele eicel met twee kernen. Een enkele follikel-atresie, hierbij is duidelijk de theca interna te onderscheiden. Dit ovarium heeft reeds een vergevorderd stadium van ontwikkeling bereikt. Gewoonlijk vindt men ovaria van foetus van dien leeftijd mindei ffoed ontwikkeld, zooals hieronder blijken zal. o 1 Ovarium Y. Komt overeen met: a. Het door Runge (1. c.) beschreven ovarium op p. 59 n°. 12. Ruiige spreekt bij de beschrijving van de theca-internacellen van luteinecellen. „Bs handelt sich hier wohl um eine beginnende üm„bildung der Theca-internazellen in Luteinzellen”. De follikel verkeert dus zeer waarschijnlijk ineen toestand van atresie. h. Het door Bent h i u (in: U eber Follikelatresie in kindlichen Ovarium Archiv. f. Gyn. Bd. 91 1910) beschreven ovarium, afkomstig vaneen foetus van 7f/2 maand (zie p. 517 n°. 1). Benthin beschrijft ook nog een ovarium vaneen foetus van 7 maanden, dat minder goed ontwikkeld was (zie p. 517 n°. 2). Hij vond daarin slechts primairfollikels als hoogsten ontwikkelingsgraad. Runge onderzocht ook nog een paar andere ovaria van 7 maandsvruchten, die minder goed ontwikkeld waren, o. a. een ovarium van een foetus van 7—B maanden (p. 62 n°. 26), waarin hij slechts primairfollikels vond; een dito vaneen 7 maandsvrucht (p. 64 n°. 37) waarbij hij zegt; „genau wie Fall 36”, d.i. foetus van 5 maanden; en een ovarium vaneen foetus van 7 maanden, waaiin hij vond primairfollikels en „einige ganz in Beginn des Wachstums befindliche Follikel.

161

Sluiten