Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beheerscht heeft, dat de typische cellen van het corpus luteum, welke gewoonlijk luteïnecellen genoemd worden, haar oorsprong aan bindweefsel te danken hebben. Yon Baer onderscheidde aan den follikel (afgezien van het eitje en daaromheen liggende cellen van den discus proligerus), het epithelium (membrana granulosa) en de bindweefselomhulsels (theca interna en externa). Sobotta *•) zegt: „Weil bei vielen Saugetieren die Zeilen der Theca interna schon „vor dem Follikelsprung eine gelbe Fiirbung zeigen, nahm von „Baer an, dass sie die Quelle der Luteïne-zellen des gelben Körpers „seien. Obwohl von Baer anscheinend Bntwicklungsstadien des „Corpus luteum der Saugetiere gesehen hat, so stützte sich seine „Hypothese dennoch nicht anf eine weitergehende Untersuchung, „zu dem damals auch wohl die nötigen teohnischen Hilfsmittel „noch fehlten”. Na von Baer onderzochten Bischoff en Pflüger het corpus lufeum. Zij kwamen tot een ander resultaat; zij leidden de luteïnecellen van het foliikelépithelium af. Een nauwkeurige beschrijving werd evenwel door hen niet gegeven, ofschoon vooral Bischoff goed inde gelegenheid was, ook jonge stadia van het corpus luteum te zien. Zoowel de meening van von Baer als die van Bischoff en Pflüger kregen een groot aantal aanhangers, maar zelfs op het oogenblik zijnde opvattingen over de ontwikkeling van het corpus luteum nog zeer uiteenloopend en worden deze soms heftig verdedigd. Een derde meening omtrent het ontstaan van het corpus luteum is die van Hen le en Paters on, die veronderstelden, dat dit lichaam zich ontwikkelt uit het bloed, dat inde follikelholte, na de bersting, uitgestort was. Deze zonderlinge hypothese heeft slechts een historische beteekenis. Sobotta1) verrichtte in 1895 een onderzoek over de ontwikkeling van het corpus luteum van de muis, dat algemeen bekend is geworden en dat als klassiek kan worden beschouwd. Deze studie dient als punt van uitgang voor allen, die zich met het corpus luteumvraagstuk willen bezighouden. Ook ik wil mij daaraan niet onttrekken. Alvorens tot de behandeling van het corpus luteum van den mensch, mijn eigenlijk doel, over te gaan, acht ik het gewenscht op het onderzoek van Sobotta wat nader in te gaan. Dit onderzoek werd verricht aan de hand vaneen zeer groot en <) Ueber die Bildung des Corpus luteum beider Mans. Arohiv f. mikrosk. Anat. Bd. 47. 1896, p. 261 etc.

62

Sluiten