Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doel zeer bruikbaar materiaal. Het spreekt van zelf, dat alleen de poliklinische gevallen in aanmerking komen, aangezien inde kliniek uitteraard meer uitgezóchte gevallen, veelal gecompliceerd, soms verwaarloosd, uit de stad of uit de omgeving toegezonden, worden opgenomen. Om zooveel mogelijk overeenstemming te verkrijgen met het willekeurige, wisselvallige materiaal uit de algemeene praktijk, moeten ook onder de poliklinische gevallen diegene uitgesloten worden, die, ter verdere behandeling, door den huismedicus of door de vroedvrouw naar de Verloskundige Polikliniek zijn verwezen, zoodat alleen in aanmerking komen de vrouwen, die zich tijdens haar zwangerschap bij de Verloskundige Polikliniek hebben doen inschrijven. Hun aantal bedroeg ineen tijdvak van 10 jaren (1901 tot en met 1910) 15573, hieronder de gevallen van abortus begrepen. Van deze vrouwen zijn er 118 gestorven tijdens de zwangerschap, bij de bevalling of tijdens (of in aansluiting aan) het kraambed, ongerekend of de doodsoorzaak al dan niet met zekerheid op rekening van de zwangerschap, bevalling of kraambed te stellen is. Zoo zijn er o. a. 2 gevallen toe gerekend, waarin reeds vóór de bevalling een pneumonie bestond, welke na de bevalling den dood der. vrouw ten gevolge had. Men mag deze gevallen echter niet uitschakelen, aangezien het niet uitgesloten is, dat de bevalling een ongunstigen invloed heeft uitgeoefend op het verloop der longontsteking. Uit genoemde cijfers is dus te berekenen een sterfte van ten hoogste 1 op 556 vrouwen. Ter vergelijking met de sterfte aan kraamvrouwenkoorts, enz., in het geheele Rijk, was het helaas niet mogelijk, over de gegevens over hetzelfde tijdvak te beschikken. Om de onvermijdelijke fouten zoo klein mogelijk te maken, heb ik gemeend, in ieder geval weer een tijdsruimte van 10 jaren te moeten nemen en heb daartoe genomen de officiëele gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek voor de jaren 1908 tot en met 1917. Hoe voorzichtig men moet zijn met het trekken van conclusies uiteen kort tijdvak, blijkt ten duidelijkste uiteen vergelijking van de sterftecijfers van 1918 (voorloopig gepubliceerd) met die van de gemiddelde cijfers van 1908 tot en met 1917, welk verschil een gevolg hiervan is, dat het heerschender influenza in 1918 ook een sterke stijging van het sterftecijfer voor de beide voor ons in aanmerking komende rubrieken ten gevolge heeft gehad. De sterfte aan „de ziekten van de zwangerschap en het puerperium” bedroeg in Nederland in het tijdvak 1908 tot en met 1917 gemiddeld 407 per jaar, in 1918 echter 517, dus een stijging van

266

Sluiten