Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gevaar voor huidlaesie, voor darmbeschadiging bestaat bij de Röntgendieptetherapie inderdaad, toch kunnen inde onderhavige gevallen die gevaren gemakkelijk bezworen worden. Immers is de dosis, noodig om het gewenschte effect te bereiken bij deze benigne aandoeningen, belangrijk geringer dan bij de carcinoom-therapie. De ovariaaldosis verhoudt zich tot de carcinoomdosis en tot de huiddosis als 83 ; 150 : 170 (Krönig en Friedrich). Men kan dus met ongeveer vijfmaal minder intensieve bestraling volstaan. De eenige ernstige huidbeschadiging en de paar oppervlakkige huidreacties, die spr. bij zijne 100 patiënten heeft waargenomen, zijn ontstaan door te snel op elkaar volgende bestralingen of dooreen fout inde techniek. Door eene bepaalde wijze van inschakeling van de Röntgenbuis heeft spr. thans het gevaar voor filterlooze bestraling met hare schadelijke gevolgen voorgoed bezworen. Spreker wil niet verder ingaan op K ouwe r’s opmerkingen omtrent de castratie; het woord Röntgencastratie moge burgerrecht verkregen hebben, het is niettemin in strijd met het feitelijk gebeuren: de door spr. bestraalden zijn niet gecastreerd, maar (vaak slechts tijdelijk) gesteriliseerd: er ontstaat een tijdelijk of blijvend climacterium, analoog aan het physiologische. Ook over de zoogenaamde moeilijke diagnose van het fibromyoraa uteri valt niet te redetwisten; spr. erkent, dat er lastige gevallen zijn voor de differentieele diagnostiek: dezulke wil hij uitsluiten van de Rönt g en therapie (stelling 2), bestralen is hier een kunstfout. De dagelijksche ervaring leert echter, dat in het algemeen aard en zitplaats van het fibroom zonder veel moeite zijn te herkennen. Als waarschuwing voor anderen heeft spr. in stelling 8 en 9 tot voorzichtigheid aangemaand bij adnexontsteking en darmaandoeningen. Tweemaal zag hij na de bestraling de verschijnselen eener acute pelveo-peritonitis, eenmaal langdurige diarrhoe, misschien het gevolg der bestraling. Hoe men uit deze waarschuwing de conclussie kan trekken, dat meer kwaad wordt gesticht met Rönt g en therapie dan door de radiologen wordt toegegeven, is spr. een raadsel. Alle opmerkingen omtrent de verschillende stellingen afzonderlijk te beantwoorden, acht spr. nutteloos. Kouwer stelt de Röntgenbestraling gelijk met de totaal-extirpatie, ja, acht haar nog gevaarlijker, Driessen houdt de Röntgentherapie in geschoolde handen voor een onschuldig geneesmiddel, de opvattingen omtrent de indicatie dezer geneeswijze moeten bij beiden wel vèr uiteenwijken. De feiten moeten spreken; de tijd zal leeren, wie gelijk krijgt. Het voorstel van Dr. Ribbius, prae-climacterische bloedingen te behandelen met de intra-uterine toepassing vaneen chloorzink-

282

Sluiten