Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(Uit de Universiteits-kliniek voor Verloskunde en Vrouwenziekten te Utrecht.) ADENOMA MALIGNÜM COLLI ÜTERI. (met foto’s.) DOOR M. L. MULLER, assistent. Nadat Schroeder een klierwoekering van kwaadaardigen aard in het corpus uteri voor het eerst met den naam adenoma malignum had betiteld, vestigde C. Ruge eenige jaren later (1888) de aandacht op het voorkomen van dit gezwel in de cervix ; het was een carcinoom met bepaalde gedaante der cellen, die een eigenaardigen bouw vertoonden, welke ook in de metastasen, die in de vagina en parametria optraden, terugkeerde. Na hem hebben verschillende schrijvers hunne gedachten over dezen zeldzamen cervix-tumor laten gaan, die zich aansloten bij een nieuw ontdekt geval, doch die tot velerlei tegenstrijdige besluiten aanleiding gaven, zoodat thans nog de meeningen verdeeld zijn, of het adenoma malignum colli uteri een zelfstandig gezwel is, of het een voorstadium is voor carcinoom, of dat het van meet af aan eén kankergezwel is, dat alleen groeit in den vorm van klierbuizen. Hermann, die den groei van het gezwel ruim twee jaar kon volgen, doordat bij het eerste onderzoek reeds de onmogelijkheid tot opereeren was vastgesteld, daar beide parametria waren aangetast, meent, op grond van herhaalde raikroskopische onderzoekingen, waarvoor hij het materiaal door excochleaties en proef-uitsmjdingen verkreeg en waarbij steeds hetzelfde beeld werd gevonden, dat deze tumor als gezwel op zichzelf moet beschouwd worden. De meening, dat het maligne adenoom een voorstadium is voor adeno-carcinoom, wordt door Gebhard, in zijn handboek, verkondigd. Hij schrijft hierover het volgende: „In de cervix komt een kwaadaardige verandering voor, die haar ontstaan dankt aan het slijmvlies en die den baarmoederhals geheel kan doorwoekeren met klieren van een typische gedaante, waarvan het epithelium geruimen tijd in één enkele laag aanwezig blijft, doch die in een later tijd-

Sluiten