Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door combinatie van afslijping ter eene en osteophyten-vorming ter andere zijde”. De literatuur over ons onderwerp heeft zich niet sterk uitgebreid. Ineen recente mededeeling van Klein berg 1) over deze aandoening wordt gezegd: „ that the physical signs in most cases simply spell an in jury of the back, without any guide' to a more accurate diagnosis ” Wij vonden, zooals aanstonds zal blijken, zeer duidelijke klinische verschijnselen. Thans volgt de uitvoerige ziektegeschiedenis. H. F. W. van Z., mannelijk, oud 17 jaar, machine-bankwerker, werd 4 April 1921 inde Heelkundige Kliniek opgenomen. (Prot. 279.) Zijn Benige klacht was, dat hij niet kon bukken. Hij was steeds goed gezond geweest, had geen Engelsche ziekte gehad, kon steeds goed loopen en bukken. Drie jaar geleden was hij met zijn billen op het ijs gevallen. Ofschoon de val aankwam, is patiënt toch naar huis geloopen en heeft zelfs doorgewerkt. Wel had hij de eerste dagen pijn in het onderste deel van den rug, welke pijn echter geleidelijk verdween. Een jaar later maakte hij een ernstige griep door en lag daarvoor drie weken te bed. In aansluiting daaraan begonnen nu de klachten. Patiënt behield een gevoel van moeheid inde beenen, terwijl het bukken moeilijken werd. Hij kon ook zijn werk niet meer verrichten. Op raad van zijn dokter heeft hij toen drie maanden bedrust gehouden. Daarna werd het werk weer hervat, het bukken bleef echter sterk gestoord. Dit veroorzaakte hem grooten last bij de uitoefening van zijn vak en daarom komt hij inde kliniek genezing zoeken. Bij het onderzoek werd het volgende gevonden. De inwendige organen vertoonen geen afwijkingen. De urine is normaal. Er worden geen verschijnselen gevonden, die op een vroegere rachitis wijzen. Geen bijzondere klierzwelling is aantoonbaar. De pols en de temperatuur zijn normaal. Het beenderstelsel is goed ontwikkeld. Bij bezichtiging van den staanden patiënt blijkt .de lenden-lordose zeer sterk uitgesproken te zijn. Hoogerop in het thoracale deel is daardoor een te duidelijke • kyphose. Beide bochten zijn echter regelmatig, nergens springen beenuitsteeksels te voorschijn. De patiënt maakt een „ineengedrongen” verschijning; op de lange beenen staat eenj opvallend korte romp. De bilplooien staan op dezelfde hoogte. Het verschijnsel van Trendelenburg is afwezig. Van terzijde gezien puilt de buik te sterk uit. De voorwaartsbuiging is bij gestrekte beénen slechts mogelijk, totdat de romp met de horizontale een hoek van. 53 graden maakt, m.a.w. er is een aanzienlijke beperking dezer beweging. De beschreven lordose vermindert bij het vooroverbuigen eenigermate. Bij alle bewegingen van de wervelkolom is er beweging zichtbaar in het gedeelte vlak boven het sacrum; dit gedeelte is dus niet geheel gefixeerd, i) Kleinberg. Spondylolisthesis. Annals of Surgery 1923. N°. 4.

381

Sluiten