is toegevoegd aan je favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 19, 14-05-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

U&eiend van de eecste tot de taaide Uadzif.de

is de roman „Striemen der Schande".

Een boek van grootse, opofferende liefde, zoals slechts een vrouw die kan koesteren voor haar man en haar kinderen. Een liefde, die ook trouw blijft onder de grootste beproevingen, zo zuiver, dat ze onbegrepen blijft. Onbegrepen door vreemden, onbegrepen ook door de man en de kinderen. „Striemen der Schande" zal U ontroeren, zal U ook sterken. Omdat dit boek U zal stellen voor conflicten en botsingen, zoals die zich ook in het dagelijks leven voordoen. Bestel tijdig een exemplaar van deze spannende roman bij de bezorger van dit blad

STRIEMEN DER SCHANDE

Prijs f 1.—

Per post: U ontvangt de roman „Striemen der Schande" franco per post thuis, als U een postwissel van f 1.15 stuurt aan De Geïllustreerde Pers N.V., Postbus 244, Amsterdam-C. Vermeld op het strookje „mededelingen voor de geadresseerde": Striemen der Schande.

KRUK IN HET HUISHOUDEN

(Vervolg van pag. 23)

Paul grijnsde goedkeurend en plantte Boy in zijn ledikantje. „Pappie voorlezen," commandeerde de kleine dwingeland.

„Goed, een paar minuutjes," gaf Paul gehoorzaam toe. Hij boog zich voorover om een boek van het slordige stapeltje op het miniatuur boekenkastje te nemen. Het stapeltje vergleed en al de boeken vielen op de grond. Het volgende ogenblik verhief Paul zich in zijn volle lengte en staarde naar de envelop in zijn hand.

„Hoe komt die hier?" vroeg hij en de toon, waarop hij dat zei, deed Jenny vlug omdraaien. Weer zag ze die vreemde uitdrukking in zijn gezicht, maar nu kon hij zich niet langer inhouden. Zijn zware wenkbrauwen vormden een rechte streep vlak boven zijn ogen, die nu opeens heel donker waren.

„Wat bedoel je," begon ze, maar ze sprak niet verder, want diep in haar brein begon zich vaag iets te ontwarren. Hoe duidelijker het werd, des te groter werd haar ontzetting.

„Dit...." Hij scheurde met een ruk de enveloppe open en haalde er een roze papier uit „de cheque van Parrison voor het baantje, dat ik voor hem opknapte. Twee weken geleden ben ik bij hem geweest om mij te beklagen, dat ik nog geen betaling had ontvangen. Natuurlijk zeiden ze toen, dat ze mij een chèque hadden gestuurd. Ik had echter niets ontvangen, dus schreven zij een nieuwe uit en lieten de oude vervallen. Nou moet ik hem hier vinden, tussen Boy's boeken!" Hij sloeg met de vuist op tafel. „Wat een figuur sla ik tegenover die mensen!"

„Oh, Paul.." Jenny was wanhopig over haar nalatigheid. „Die brief kwam op een dag met de middagpost en ik legde hem op tafel bij je stoel. Boy moet hem weggenomen hebben — hij is immers zo gek op brieven — en ik heb die hele brief vergeten." Ze hield zich nog aan een strohalm vast. „Als je nu maar iets gezegd had. Gevraagd of er iets van de post was."

„Dat heb ik gedaan," zei Paul nadrukkelijk. „Je hebt natuurlijk weer niet geluisterd."

„Het spijt me zo," zei ze en ze voelde zich ellendig.

„Dat helpt niets, nu ik zo'n idioot figuur heb geslagen tegenover Parrison. Ik heb geen ogenblik aan de

mogelijkheid gedacht " Zijn blik

viel op Boy, die met' grote verschrikte ogen lag rond te kijken. „Vooruit, jong, wat zullen we lezen?" vroeg hij toen. Hierdoor gaf hij te kennen, dat, hoe boos hij ook was, dit niets met kleine Boy te maken had. Jenny was hem daar dankbaar voor. Verdrietig ging ze de huiskamer binnen. Paul had de kleren van Boy op een stoel gelegd. Ze nam ze op. Op dat ogenblik ging de bel. Jenny deed een stap in de richting van de slaapkamer, maar hield dan plotseling stil. Paul zou niet begrijpen hoe dringend noodzakelijk het was, dat hij de Merrils het eerst begroette. Ze keek op de kleren over haar arm en wist zich geen raad. De bel ging voor de tweede keer. Zenuwachtig greep ze alles bij elkaar en "wierp de hele verzameling door de openstaande slaapkamerdeur naar binnen. Met versnelde adem en een hoogrode kleur opende ze de deur. „Hallo," zei ze iets te luidruchtig. „Kom binnen. Ik ben Jenny."

ZE kwamen binnen, een knappe jonge vrouw in een kort bontjasje en een grote man met een vriendelijk gezicht.

„Paul komt zo," zei Jenny. „Hij brengt net Boy naar bed." Ze wierp een steelse blik om zich heen en bemerkte tot haar grote ontsteltenis, dat een gedeelte van Boy's kleren op het zeil van de huiskamer was terecht gekomen en nogal in het licht óók. Maar dat was nog niet het ergste. Van de slaapkamer uit. riep Paul de Merrils binnen te komen om Boy goedennacht te zeggen.

Zij gingen de slaapkamer binnen waar de rest van Boy's kleren nog net zo op de grond lag. Haastig begon ze de boel op te rapen. Ze luisterde nauwelijks naar de begroeting en naar de bewonderenswaardige tactiek, die Helen aanwendde om Boy's genegenheid te winnen.

„Boy-baasje, het is tijd om te slapen," zei Paul. Boy werd ingestopt en ze gingen aile vier de karher uit. Helen trok haar bontjasje uit en zette haar hoed af. Ze droeg een blauw wollen japon met als enige garnering een takje zilverbloemen op de rechterschouder. Ze was aanmerkelijk groter dan Jenny en bewoog zich rustig en zeker. Haar dik, donker haar lag glad en glanzend om haar hoofd en eindigde met een onberispelijke rol in de nek. „Kan ik je misschien helpen," vroeg ze vriendelijk, toen Jenny naar de keuken ging. Ze wierp een blik in het poppenkeukentje — twee personen konden er staan, mits ze zich niet bewogen — en begon te lachen.

„Nee, ik denk, dat je het wel alleen af kunt," zei ze toen.

Paul stak zijn hoofd om de deur. „Geef me de coctailfles eens aan, Jenny. Dan zal ik even een paar coctails mengen." Zijn stem klonk opgewekt en om zijn mond was zelfs een zweem van een lach. Jenny wist niet of hij haar de historie van die chèque had vergeven of dat hij tegenover de Merrils de rol van „gelukkige echtgenoot" wilde spelen. Wellicht het laatste. Ze overhandigde hem de fles en de glazen. Toen opende ze de deur van de ijskast en bleef als verstard staren op het enige ijsblokje. „Ik geloof, dat we geen ijs meer hebben," zei ze dan met een benepen stemmetje. Paul trommelde ongeduldig met zijn vingers op de deurpost. „Helemaal niets?"

„Ik had gisteren nog wel, maar ik gebruikte het om de bevroren groente in te bewaren."

Paul barstte niet uit. Misschien bewaarde hij die uitbarsting voor later, als de Merrils weg waren. Zijn lippen sloten zich iets vaster opeen, maar hij zei slechts: „Ik loop gauw even naar de winkel om wat te halen."

Toen Paul weg was zei Helen opgewekt: „Ik geloof vast, dat Paul het ijs voor zichzelf gebruikt heeft en toen vergeten het bakje te vullen. Dat doet Bob tenminste altijd. Ik heb heel wat met hem te stellen" Jenny lachte plichtmatig en deed het runderlapje in de pan. Ze wenste hardgrondig, dat Helen uit de deuropening zou weggaan. Het maakte haar zenuwachtig als iemand haar zo op de handen keek. Maar Helen bleef waar ze was en begon een babbeltje. Bob zat in de huiskamer en keek een tijdschrift in. Jenny kreeg het schuldige gevoel, dat ze hem moest bezig houden, maar ze wist niet hoe. ..Ik gebruik altijd diepvries," zei Helen, toen Jenny de groente tevoorschijn haalde. „Al toen Bob in dienst was en ik nog op kantoor. Sinds hij terug is heb ik meer tijd en dus maak ik zelf in en heb een diepvriesinstallatie."

„O ja?" zei Jenny en het klonk verdedigend. ..Dus je was toen op kantoor. Wat deed je dan met het huishouden — ik bedoel met je kleine baby?"

„Ik had geregeld avonddienst, van vier uur tot middernacht, zodat ik veel tijd had voor mijn kleine Bill. Ik had een dienstmeisje, dat om vier uur kwam en voor hem zorgde tot ik thuiskwam. Het liep allemaal heel aardig. Ik vond het fijn en kon tegelijkertijd het huis afbetalen — we hebben namelijk in 1941 ons eigen huis laten bouwen — Toen Bob terugkwam kon ik kiezen tussen mijn kantoorwerk of het huis verhuren. Natuurlijk wilde ik dat laatste niet."

Paul kwam terug en begon de coctails te mixen. Helen verdween, tot grote opluchting van Jenny. Ze kon nu meer aandacht besteden aan de groenten, de aardappelen en het