is toegevoegd aan uw favorieten.

Het Noorden in woord en beeld, 1949, no 30, 30-07-1949

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op weg naar het viswater in Dokkum, waar de jubilerende vereniging „Groningen" haar wedstrgd hield.

„GRONINGEN" VIST 40 JAAR

DE grootste hengelaarsclub in Groningen en Drente is „Groningen", die nu haar veertigjarig bestaan herdenkt, en niet minder dan bijna duizend leden telt. Hiermede staat zij verre aan de spits van alle hengelaarsclubs. Deze club is opgericht in de tijd toen de meesten de neus ophaalden voor een visserman, die met zijn hengel over straat liep. Niet vanwege die henge', maar omdat de hengelaars destijds te veel aan Bacchus offerden en daardoor zich nog al eens niet op de been konden houden. Een der oprichters van de jarige club was de heer H. Aalderink. Met kracht kwam hij voor de vissers op, die door de slappe broeders in discrediet bij het volk waren gekomen. Gestreng trad hij daarom op en wie zich schuldig maakte aan dronkenschap, werd zonder pardon en zonder aanzien des persoons uit de club gezet. Mede dank zij dit optreden van wijlen de heer Aalderink kan men zich gerust als een hengelaar overal vertonen.

Snoekvissen aan de Makkumervaart.

Niemand, denkt er meer aan om zo iemand als dronkaard te betitelen. Iedereen kan nu ook met een gerust hart ter visserij gaan, zonder zich te blameren. In de club „Groningen" zijn alle rangen en standen vertegenwoordigd.

Als enige in den lande bezit deze club een eigen viswater, dat ook gaarne door niet vissers wordt

Aandachtig wordt naar de voorschriften van de wedstrijd geluisterd. Onder: De enerverende strijd is begonnen.

bezocht, omdat het zo schilderachtig is gelegen en men, dicht bij de stad, toch helemaal buiten is. Dit viswater is voor velen een reden om lid te worden van de club, omdat men dicht bij huis een prima gelegenheid heeft om de visjes uit het water te slaan. Dit viswater heet Sassenheim, Sas en Heim, de voornamen van mevrouw en de heer Aalderink, wiens beeld men in de tuin bij het viswater kan aantreffen.

Om de kunstmatige snoekteelt is Sassenheim bekend geworden. De kuit wordt van de snoeken afgehaald en in grote trechters gedaan die in stromend water liggen. Vanzelf komen dan na verloop van tijd de jonge snoekjes, dikwijls veel meer dan millioen. Die snoekjes worden dan t.z.t. uitgezet, hetzij in één van de meren, die ons noorden rijk is, hetzij in kanalen enz. Ongeveer tien procent van wat uitgezet wordt, blijft in leven. De rest sterft vroegtijdig, hetzij doordat de kleintjes worden opgegeten door de oudere snoeken, hetzij dat ze een natuurlijke dood sterven. Ieder jaar wordt een grote partij pootvis in Sassenheim uitgezet, om er voor te zorgen dat er voldoende vis is. De visvoorraad is goed, maar toch wordt er over het algemeen niet zoveel uitgehaald als men geneigd is te veronderstellen. Deels schrijft men dat toe aan de bodem, die overvoed is, zodat de vis er geen behoefte aan heeft om zich te goed te doen aan hetgeen de visser hem aanbiedt. Vermoedelijk zal de vis beter gaan bijten als de gehele bodem eens een meter

of anderhalf uitgebaggerd zou worden. Maar de kosten, die daaraan verbonden zijn, zijn voor een zo grote club als Groningen ook erg hoog, zodat daar welelicht — helaas — niet veel van zal komen. Van tijd tot tijd worden de grote vissen uit dit water gehaald ter bescherming van de kleine.