is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 2, 1928-1929, no 2, 15-10-1928

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De toeschouwer staat in de hal van het hotel. Door een groot glazen toerniket ziet hij de straat. Het is avond en het regent, lichtschijnsels glimmen op het asfalt. Auto’s schieten voorbij.

Bezoekers gaan in en uit, het toerniket draait. En heel het jachtend verkeer, de drukte in het grote hotel spreken niet uit de gefotografeerde voorwerpen, maar uit het wilde spel der felle lichtflitsen in het zwiepende glas. In het ritme van de wisselende verdeling van licht en donker, zwart en wit. Is dit niet het wezen van filmkunst, wisselende verdeling van licht en donker?

Het zou niet moeilik vallen, dit willekeurig gegrepen voorbeeld met fragmenten uit andere films aan te vullen. Echter slechts met fragmenten. Waarom?

Is het niet omdat steeds de filmakteur weer op het doek verschijnt en onmiddellik de aandacht vraagt voor zijn spel? De regie weet af en toe de enscenering te verwerken tot filmkunst, tegen de akteur is zij niet opgewassen.

De weg naar zuivere filmkunst zal dan ook moeten worden gebaand door het moderne experiment. Dit zal er naar streven de film, zoals zij op het doek verschijnt, te doen spreken in haar ritme van bewegend wit en zwart. Het behoeft zich niet af te keren van de werkelikheid, zo, dat het alleen abstrakte komposities in licht en donker zou moeten geven. Maar het verfilmde gegeven zal geen hoofdzaak zijn, en hoogstens medewerkende faktor, zoals in een schilderij het geschilderde gegeven faktor is.

En het kan zich ontwikkelen buiten de filmakteur om!

K. L.

Stille plekjes

HOUTSNEDEN VAN HAN KRUG.

Met inleiding van Johan Schwencke.

Uitg. ~Boek en Periodiek”, Den Haag 1928.

Het denkbeeld, grafisch werk in een map uit te geven is niet nieuw, toch is het van belang, op deze wijze van werk-aan-het-publiekpresenteeren de aandacht te vestigen. Niet alleen dat het verzamelen, waar grafisch werk zich zoo uitstekend toe leent, er door vergemakkelijkt wordt, ook de mogelijkheid om het werk onder de menschen te krijgen wordt er mee vergroot.

De houtsnede, als oudste der grafische kunsten, heeft zich in de laatste jaren bij de kunstenaars wel weer een plaats veroverd. Zij is door inzicht