is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nachtlijke ontmoeting

De nacht

Is loodrecht in zichzelf teruggestort.

Verloren, zwart en tijdeloos.

En onze mond is hijgend

Een eenzaamheid viel om ons dicht

En grauwe handen

Tasten sluipend langs onzichtbre wanden

Naar een ding, een werkelijkheid.

Een deur valt dicht

Een echo dreunt door verre gangen

En ergens breekt een klokslag in den tijd

In het vertrek glijdt, als door transparante wanden.

Bleek, schemerend, een licht.

En plotsling zie ’k, hoe uit den spiegel glanzen

Donkre oogen in een wit, ontsteld gezicht.

G. KAMPHUIS.