is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men van de ~hotels van Gabriël naar de Madeleine, die deze straat in de as afsluit; hoe men hier en elders, bij het doorloopen van deze straten in hun as (het ware alleen bij een taxistaking mogelijk!) werkelijk iets kan ondergaan van de ~Raumwirkung tevens, fdet hierboven aangehaalde zij echter genoeg.

Het is alleen mijn bedoeling den lezer op het bestaan van deze dingen even attent te maken. De vraag waarom in een tijd, in een land, in een stijl plotseling een veel sterker gevoel hiervoor optreedt, blijve voorloopig onaangeroerd, hoe uiterst interressant en belangrijk ze ook is. We zouden dan terug moeten gaan tot de oorzaken der verschillen van mentaliteit, waarvan we in de kunst o.a. den neerslag kunnen waarnemen.

Alleen zou ik nog even den blik naar Nederland willen richten. Dat onze kunst meer gericht is op het schilderachtige dan op het formeele, is een bekend en te vaak herhaald gezegde. Maar we zullen hier toch werkelijk in tallooze voorbeelden een volstrekte negatie vinden van elk ruimtegevoel. Huizen met driehoekigen plattegrond, vaak met heel scherpen hoek, soms (niet eens altijd) noodzakelijk gemaakt door de kruising van grachtten of kanalen, zouden in Frankrijk b.v. ondenkbaar zijn. Huizen met hokkerige indeeling, met trapjes hier en treedjes daar, vinden we zelfs nog in de 1 7e, 18e en 1 9e eeuw. Alleen de groote gebouwen hebben een zuiveren overzichtelijken plattegrond .... maar hieraan zijn buitenlandsche voorbeelden dan vaak niet vreemd.

De Hollandsche stad heeft uit een schilderachtig oogpunt bezien, ongemeene kwaliteiten, maar gezien van het standpunt der monumentaliteit laat staan van die eener ~Raumwirkung” van aanleg (ik spreek hier dus niet van afzonderlijke gebouwen, doch van hun samenstelling tot een geheel) is hier weinig te bewonderen. De aanleg der drie genoemde Amsterdamsche grachtengordels verraadt een neiging tot grootschheid van conceptie; iets van een waarlijk Romaansch ruimte-effect geeft, uit veel lateren tijd, te Den Haag de aanleg van Parkstraat en Plein 1813 te zien, die vraagt om een monumentaler afsluiting in de as, richting Javastraat! AVellicht dat een doorbraak naar het nieuw te bouwen stadhuis op het Alexanderveld hier iets in dien geest zal kunnen verschaffen.

In Amsterdam is uit onzen tijd te noemen de bouw van het Lyceum, al doet de onrustige architectuur van de huizen op het Valeriusplein eenigen afbreuk aan het geheel.

Men ziet het: er zijn voorbeelden, maar weinige. Verder nergens iets van een zich richten naar een as, van een gebruik maken van perspectief-effect, men zou haast zeggen: het lijkt of er vrees bestaat voor alle monumentaliteit en grootschheid van aanleg. De kerk van het Leidsche Boschje te Amsterdam staat nèt naast de as van de brug, de kerk aan de Obrechtstraat net naast de as van de Palestrinastraat, die erheen leidt. De Haagsche „vogelbuurt”, hoe alleraardigst ook van opzet, geeft niets dan eeuwig kronkelende lanen, waarin zelfs de bewoners den kluts wel een kwijt raken. Uit een plattegrond van Amsterdam leeren we wel veel! Hoe stom is niet de aansluiting der I9e-eeuwsche wijken aan het toch altijd groot geziene plan van stadsuitbreiding der beide voorafgaande eeuwen! Doch de moderne buurten (ik noemde reeds het Lyceum) geven hoop. En zou het streven der huidige architectuur om de gevels van een straat als één eenheid te behandelen (ik laat hier in het midden of deze pogingen alle geslaagd zijn) ook in die richting wijzen? In ieder geval ligt hier voor de