is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 4, 1930-1931, 1930

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PaRIISCHE NOTITIE'S RAVEL’S „BOLERO”

J. BIERUMA OOSTING.

Spanje. Een kleine kroeg, een tafel met mannen eromheen. Op die tafel een danseres. Muziek opzweepende muziek. De danseres begint te dansen; eerst langzaam, voorzichtig, verleidelijk. De muziek versnelt het tempo; de dans wordt heftiger; gracieus waaien de rokken; de voeten trappelen en schuifelen over het tafelblad. Nog feller wordt de muziek; de danseres, heel opgewonden nu, cirkelt en wervelt als bezeten; haren vallen omlaag, rokken waaien wijduit en hoogop. Haar mond valt open, het heele lichaam is één krampachtige opgewondenheid. Steeds hartstochtelijker wordt de dans; heidensch is het spektakel; de woeste kerels drijven de muziek op tot een ware orgie. . . .

Dan plotseling een slag. Afgebroken! Met een rauwen kreet valt de vrouw van de tafel, buiten kennis, oververmoeid. Mannen dragen haar weg. Slot

Maurice Ravel dirigeerde zelf zijn onvolprezen ~bolero”, dans van Spaanschen oorsprong, gecomponeerd in 1928. Dit kleine meesterwerk bestaat uit een enkel I 6-maats motief, dat negentien maal in achttien verschillende instrumentaties zich herhaalt zonder eentonig te zijn. Integendeel! Welk een dwang, welk een stijging aan het slot zit er in dit boeiende werk, waar het stugge, koppige rhytme der muziek steeds meer opdrijft, totdat het einde in een enkelen, feilen dissonant de verlossing brengt.

In dezen ~bolero” voelt men duidelijk het physisch ontstaan, de sterke zinnelijkheid van de opzweepende muziek, de spanning van den dans, de klankenweelde der laatste maten, de steeds zich herhalende, zangerige hoofdmelodie. Dan plotseling wreed-verscheurd het eindaccoord, als een onafwendbaar noodlot.

Dit alles heeft iets van een duivelsch festijn, waar een meedoogenlooze ondergang op volgen moet. Anders dan in Strauss’ ~Salomé”, aangrijpender en verrassender is deze compositie, die essentieel dezelfde psychische basis heeft. De orchestrale virtuositeit van Ravel heeft hier wel een hoogtepunt bereikt.

Feilloos dirigeerde de componist zijn werk, geheel overgegeven aan deze uiterst moeilijken taak, snel volgend en puntig markeerend iedere wending, elke nuance. En daar, waar op het einde alles op hem af scheen te stormen in ongebreidelde vaart, hield zijn subtiele staf het leger van snaren en koper volmaakt in toom en dwong het tot het schrille slot.

PAUL GAUGUIN.

De kunstzaal ~La Portique” te Parijs hield een kleine tentoonstelling van de werken van Gauguin, waarbij nog eens duidelijk waar te nemen viel zijn verschil en overeenkomst met Vincent. Overeenkomst, waar hij de pure onvermengde kleuren op zijn doek zet, sterke gelen en