is toegevoegd aan uw favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 7, 1933-1934, no 10, 1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IK HOOR ....

k hoor s nachts aldoor schreien, en geluideß

die verweg weenen in de duisternis:

klokken die om een lieve doode luiden.

om een gemis dat onherstelbaar is.

Eens zal men zeggen dat ik ben gestorven,

dan zullen ook om mij die klokken gaan;

o, dat ik voor dat uur rust had verworven,

ik durf niet zonder hoop voor God te staan.

Alles maakt droef, en niets is te bevatten,

er is geen ding op aarde dat een ziel geneest;

wil, Jezus, mijn vermoeide handen vatten,

geef mij vergetelheid, geef mij Uw eeuwig feest.

KOOS VAN DOORNE,