is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 9, 1935-1936, no 3, 1935

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOYMANS'MUSEUM TE ROTTERDAM

Het is moeilijk om alle factoren op te sporen, welke naast de gehaastheid van dezen tijd van invloed zijn op deze min of meer slordige ontwikkeling van de bouwkunst. Misschien wordt er te veel over de bouwkunst gepraat, worden er te veel boek- en plaatwerken uitgegeven en ontstaat er een gedrang bij uitgevers en redacteuren, om toch vooral ook maar eens gepubliceerd te worden, vaak liefst zoo snel mogelijk. Misschien hebben velen buiten het vak al zooveel over de bouwkunst gefilosofeerd, dat zij meenen nu ook wel een woordje te mogen meepraten en aanwijzingen geven, die op straffe van ongenade in acht genomen moeten worden. Dat alles werkt die onzelfstandigheid, die slordigheid in de hand. Want het is een kenmerk van die slordigheid, dat er talrijke bouwwerken zijn, die details bevatten van ongeëvenaarde schoonheid, details, welke het onmiddellijke contact hebben met onze ziel, omdat zij, beiden van dezen tijd, er elkaar herkennen.

Op zichzelf zijn dan zulke stukken bouwkunst van hoog gehalte, hetzij men die vindt in een staalconstructie, een samenstel van betonnen liggers en kolommen in een glaswand of misschien in een grondplan. En wij hebben reden van groote blijdschap om hun bestaan, misschien wel het meest om de bevestiging, dat de beloften uit het begin van de herleving der bouwkunst nog lang niet dood zijn, maar dat een wijdere ontplooiing door bijkomstigheden wordt belemmerd. De ontplooiing zou z n doel vinden in het harmonische kunstwerk, dat van geen tijdelijkheid zou weten omdat het in alle onderdeelen van en voor alle tijden zou zijn.

Hoe staat het hier tegenover de musea, welke in den Haag en Rotterdam zoo juist zijn geopend?

Niet beter en ook niet minder, dan wat de meeste gebouwen van dezen tijd eigen is. Er is geen kreet van vreugdevolle verrassing over het land gegaan, toen de laatste planken van de schuttingen waren weggehaald. Evenmin zijn de voor- en tegenstanders elkaar met heftige artikelen of gloeiende pleidooien te lijf gegaan. Met gepaste welwillendheid is er nota genomen van de totstandkoming, een enkel artikel is geschreven met weinig bijzonderheden, een enkele afbeelding is getoond en daarna heeft het leven weer zijn loop genomen. Dit wijst op een gevoel van teleurstelling. Men had anders gehoopt, men had de verwachtingen misschien te hoog