is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 11, 1937-1938, no 4, 1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J. M. PRANGE EN LIVINUS VAN DE BUNDT

Enkele aanteekeningen bij de reproducties van het werk dezer jonge Haagsche grafici, door Hein von Essen.

Livinus van der Bimdt, de jongste van de twee, is de oudere in 't beroep. Hij studeerde onder moeilijke omstandigheden aan verschillende academies (o.a. te den Haag) en op binnen- en buitenlandsche ateliers, was afwisselend ontwerper, teekenaar, graveur, ciseleur en leerde het „métier" door en door.

Ik ontmoette hem als leeraar in de grafische technieken op de E.N.V.S. (Eerste Nederlandsche Vrije Studio) bij Esher Surrey op 't Voorhout te den Haag. Enkele jongeren, meest schilders, en ook Prange, die geen schilder was, werkten onder zijn technische leiding. Hij sprak zijn hoop uit op de vorming van een jonge Haagsche groep van grafici en op de herleving van de liefde en de eerbied voor de prentkunst, voor den „diepdruk" in het bijzonder. De verwezenlijking van deze hoop is, dunkt mij, vooralsnog niet in vervulling gegaan....

Uit een recenten brief van Prange aan mij moge ik een bladzijde aanhalen, waaruit blijken zal, hoe bitter deze jonge graficus de „vrije" grafiek verschopt acht en vooral den diepdruk, de ets.

„Het schijnt een vaststaand feit te zijn, de schilder is de grote broer, en de graficus mag aan het handje meelopen.

Het schijnt evenzeer nutteloos dit tegen te spreken. Was het nu nog maar alleen de grote „men", die dit meende, het is echter ook de belangstellende leek. Erger, hoewel misschien menselijk, het zijn vele schilders, die zich voelen als de uitverkorenen Gods en het zijn vele critici, die aan de bespreking van grafische werken, in tegenstelling met die van schilderijen, een onevenredig kleine plaats inruimen.

Het is ons een schrale troost aan een ieder te kunnen voorhouden, dat namen van zeer grote kunstenaars behoren onder degenen, die gingen houtsnijden, etsen of lithograferen.

Het is ons een schrale troost, omdat argumenten wel het verstand kunnen overtuigen, maar niet het hart. En het hart