is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 12, 1938-1939, no 4, 1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van woorden een gewoonte van een springend wippen der gedachten op dezelfde stokjes. Ik bid U, hoedt U voor dien driehoekssprong, kanaries en gekooiden geesten eigen en hun teekenl En waag de drieste opvlucht van den geest tot d' einden toe des hemels. Nu en dan, tenminste.

Zoo, nd den spanningsloozen kout van 't vorig uur, wil ik de deugd der aandacht aanbevelen en zoo het mij vergund zij in ons midden met U saam beoefenen. Aan onderwerpen immers zijn wij even rijk als 't leven zelf en ieder onderwerp, mits diep gepeild, voert tot het wondere besef van het totaal-verband in het beleven van den geest.

Ziehier.

Over ontmoetingen wisselden wij vorig maal van gedachten en daarover nog nadenkend, lang nadat gij vertrokken waart, voerde mij de loop der gedachten als vanzelve tot die eigenaardige kruisingen in het wegennet onzer ervaringen, die wij de samenkomsten noemen.

Toen ik mijn gepeinzen daarover nader en scherper beschouwde, werd het mij benauwd temoede. En gij zult dit kunnen medevoelen, zoodra gij deze gepeinzen, door mijn woorden tot U gebracht, eveneens aan een nauwkeurig overwegen onderwerpt.

Wat toch, vraag ik U mijn vrienden, maakt men van samenkomsten! Haal er U vele in de herinnering en keur uit dit ontelbare aantal de zeer enkele, die U een blijdschap lieten in het hart, een volheid in het gemoed, een vreugde in de ziel, een vlam in den geest. En ga na hoevele samenkomsten vrierden tot een verspilling van de ons gegevene korte en kostbare uren.

Zie de eenen tesamen in die mallemolens, die feesten genoemd worden, waarvan de riten meestal een stadig keerende en steeds ééndere wenteling begaan rondom een leeg en voos middelpunt, dat men plezier pleegt te noemen.

Zie hoe zich anderen de hoofden heet maken door het bespreken en aanhooren van de schanden en gemeenheden der afwezigen en zich de vingers likken zoo zoet het is te doopen in het gesuikerd sap van den laster en in de stroop der kwaadsprekerij.

Zie elders hoe er zijn, die in den eigen afgesloten waan hunner hoogmoed en zelfvoortreffelijkheid als het ware ieder voor zichzelve praten en hun verheven eigenwaarden met schijnheilige bescheidenheid ten gehoore brengen in een gezelschap, waar trouwens niemand luistert, omdat men zint op 't geen men straks of liefst tegelijkertijd in overtreffenden zin over zichzelve wil berichten.

Hoe moet het, vrienden, den objectieven geest te moede worden in de saamkomsten van vele vereenigingen, waarbij men óf elkander, wanneer het politieke kwesties aangaat, verscheurt op