is toegevoegd aan je favorieten.

De delver; het vrije kunstorgaan, jrg 13, 1939-1940, no 2, 1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zulk een meester vergeten worden. Dit is waarschijnlijk in belangrijke mate aan de omstandigheid te wijten, dat Delft niet de bewaarplaats van de schoonste paarlen der Delftsche kunst is gebleven. Niets, maar ook niets bleef ter plaatse, ja, tot op den dag van heden bestaat er te Delft geen enkele openbare of particuliere verzameling, waar ook maar een schaduw te zien is van hetgeen ons thans als de glorie der Delftsche schilderschool voor oogen staat. Haarlem bewaarde immers onafgebroken de „Schuttersmaaltijden" van Frans Hals binnen zijn muren, Amsterdam Rembrandt's „Nachtwacht" .... Delft echter van Vermeer's hand: nietsl

Er bestaat een typisch voorbeeld van de wijze waarop het Vermeer's oeuvre verging. Toen op last van zekere erven van Vermeer (of van hun gemachtigden) 't meerendeel van diens karige kunst-nalatenschap op 16 Mei 1696 werd geveild gebeurde dit niet in Delft, maar in de machtige metropool Amsterdam. Thuis in het nu veel stillere Delft was er geen „markt" meer voor Vermeers.... en er is ook sindsdien géén Vermeer ooit naar 's meesters geboorteplaats teruggekeerd.

Zoodoende heerschte haast 150 jaar lang stilte om den groeten meester. En aangezien geen in het oog vallend specimen der werken van een der groote Delftenaren in het bewustzijn der kunstminnaars was vastgeworteld, gewaagde haast geen sterveling van een „Delftsche School".

In 1877, precies tien jaar nd het verschijnen van Thoré-Bürger's monografie, moet dus de verrassing niet gering geweest zijn, toen de Rotterdamsche archivaris Fr. D. O. Obreen de „Meesterboecken" van het Delftsche Sint Lucasgilde kon publiceeren In de twee boekdeelen, juist het belangrijkste tijdperk n.l. de 17de eeuw omvattende, leest men de, namen van honderden Delftsche meesters. Er zijn weliswaar namen bij van onbeduidende meesters, doch ook namen, die klinken als een klok; al deze schildersfiguren echter kregen een meer vérstrekkende beteekenis pas toen de grootste hunner aan de spits trad: Vermeer.

Het doet nu welhaast komisch aan, dat behalve de Delftsche meesterwerken waarachtig ook de door Obreen teruggevonden „M eesterboecken" voor Delft waren verloren gegaan. Toen de documenten-koffer van het pas in 1833 ( 1 ) ontbonden Sint Lucasgilde naar het Delftsche Gemeente-archief werd overgebracht, bleek bij de opening. . . . dat hij leeggehaald was. Niet eerder dan in 1870 doken in de Haagsche Koninklijke Bibliotheek de boeken weer op, die in staat waren, zoo oneindig

■*) Gerard Hoet: „Catalogus.... van schilderijen.,.." deel I, blz. 34—40.

■*) Archief voor Ned. Kunstgeschiedenis, deel I, blz. 1.