is toegevoegd aan uw favorieten.

Die constghesellen; maandblad voor de beeldende kunst-orgaan van de Nederlandsche Vereeniging van Kunsthandelaren, jrg 3, 1948, no 3, 15-03-1948

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jan Pooilenaar, one of the bestknown Netherlands modern giaphici, hos contiibuted mach towards the solution of the question whether Coster, the Dutchman, or Gutenbeig, the German, is the inventor of printing. After a carefut and documented sludy he arrivés at the conclusion in Coster's fovour. Gutenberg merits to be called an exceilent printer, who greatly impioved upon the then existing printing technique.

Houtsnede uit de 15e eeuw, (Flfteenthcentury wood-cut)

Maar keren wij terug naar Jan Poortenaar. Zonder restrictie scharen wij ons aan zijn zijde, wanneer hij het beschamend acht, dat Nederland ten aanzien van de nagedachtenis van Coster en het Coster-onderzoek in ontstellende mate is tekortgeschoten. Vrijwel alles op dit gebied moet nog worden verricht. Maar Poortenaar, doet méér dan het simpel leveren ener critiek. Hij zou niet een volbloed graficus zijn, indien hij de geboden gelegenheid niet benutte om volle aandacht te besteden aan het ontstaan en wezen der boekdrukkunst in het algemeen. De beide hoofdstukken, die respectievelijk gewijd zijn aan de figuren van Coster en Gutenberg bepalen wel de teqdens van het werk, doch vormen tevens slechts een onderdeel van de taak, die de schrijver zich heeft gesteld. Het zeer goed gedocumenteerde boek lilaast inmiddels aan een oude strijdvraag nieuw leven in! Zij bestond namelijk reeds in de 16e eeuw en een letterkundige uit deze tijd. Jan van Zuren, voelde zich al geroepen om te schrijven: „... .dat in onze stad Haarlem de weliswaar ruwe, doch niettemin eerste grondslag voor deze kunst gelegd werd. Hier is de boekdrukkunst geboren en aan het licht gekomen ik wil dit zeggen zonder Mainz (Gutenberg) voor het hoofd te stooten hier heeft zij zich in hare geledingen ontwikkeld zoodat zij opgroeide en hier is zij langen tijd met vlijt verzorgd en gevormd, zooals men ook met pas geboren kinderen pleegt te doen”.

Aldus een stem uit de 16e eeuw. Van Zuren voegt er aan toe, dat de Hollandse techniek slechts in Duitsland verbeterd werd. Ook een Italiaanse geschiedschrijver uit die tijd, Guicciardini, neemt een zelfde standpunt in. Door de ontijdige dood was Costers knecht in de gelegenheid, naar Mainz te reizen, waar hij met vreugde moet zijn ontvangen. Hierdoor heeft volgens deze geschiedschrijveil de mening postgevat, dat de bakermat der boekdrukkunst in Mainz te vinden zou zijn. Hoewel Poortenaar terecht opmerkt, dat waarheid en verdichting bij onze vroegere historici vaak naast elkaar liggen, ver-