is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 33, 1915, no 51, 22-12-1915

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schappijen de seinlantaarns vervangen door verlichtingslantaarns. Als een spoorweg goed is afgesloten en bewaakt, dan zijn aan het rijden met seinlantaarns d.i. zonder verlichting van den spoorweg, wel geene gevaren verbonden, maar het geeft toch den machinisten een gevoel van grootere zekerheid, wanneer zij den spoorweg verlicht zien. Amerika gaat vooraan bij de toepassing der verlichtingslantaarns. hlet is den electrotechnischen ingenieur George Pyle gelukt, het electrisch booglicht bruikbaar te maken vOor kopverlichting der locomotieven. Electrisch booglicht is het sterkste licht, dat tot nu toe bestaat.. Geplaatst in het brandpunt van een parabolischen spiegel, ontstaat een stralenbundel, die op grooten afstand verlichting geeft. De schijnwerper van den Parijschen Phffel-toren heeft 30 millioen kaarsen. Het licht van dien schijnwerper is te zien tot op een afstand van 90 K.M. van Parijs. Op een afstand van 15 K.M. van wordt eene courant, wanneer het flink donker is, plotseling leesbaar, als het licht van den schijnwerper haar treft. De schijnwerper vindt eene uitgebieide toepassing in de oorlogstechniek, op schepen, in vestingen en is vervoerbaar te velde. De locomotief-schijnwerper van Pyle wordt gedreven door eene turbine-dynamo, die boven op den

ketel gemonteerd is, in figuur 8 is aangegevem De koplantaarn van Pyle heeft bij normalen keteldruk

400,000 kaarsen, (Vergelijk het weekblad ~De Lcxtomotief No. 3 van 20 Januari 1915)- (Wordt nenolgd.)

Fig-- 5-

Boekaankondiging.

Nieuwe Uitgaven I!HS. iSpour- en Trnniweghoiiu', door C, Rutten, ingenieur te ’s-Gravenhage,

Met 463 illustr.ities en verschillende tabellen. Deventer 1915 -- /E. E. Kluwer. Prijs / 4,75. Gebonden / 3,23. Een royale, prettige uitgave maken een b<*k nog met tot een standaardwerk. Anderzijds kan men zeggen, dat zelden een boek bij de eerste uitgave reeds in een standaardvorm verschijnt, In zijn kritiek heeft de lieer A, 11. van Rood c.b.i. in „De Ingenieur” No-. 21 van dit jaar ten volle de aandacht gevestigd op de fouten die deze uitgave ontsieren en hier ter jilaatse moge naar die bco-oideeling verwezen worden. Uit die beoordeeling volgt tevens, dat de grondslag van het werk logisch is opgevat en behoudens de gemaakte opmerkingen kan deze nieuwe uitga.ve een aanwinst genoemd worden van de Ne-derlandsche literatuur op het gebied van spoor- en tramwegbouw, een gebied, dat tot op heden zich te weinig heeft kunnen verheugen in de belangstelling van deskundige schrijvers.

Spoorv'ciihouw en onderhond. Beknopte handleiding betre,- fende het bouwen en onderhouden van den spoorweg -en wat daarmede in verband staat, door H, van Berkel, c,i, •Sectie-Ingenieur der Mij, tot Expl, van Staatsspo-orwegen. Derde, herziene druk. Zwolle. V. Iv. J- 1 jeenk M illink. Prijs /' 4,50, geb. /' 5,25. ■ , ■ ,

Wel zeer sterk wordt de aanhef der inleiding van het hierboven aangekondigde werk van den heer Rutten weersproken, d.oor de verschijning van den derden druk van het nu reeds negen jaar bestaande boek des heeren \ an Berkel. Toch is er belangrijk verschil tusschen beide werken, waar de heer Van Berkel allereerst zijn aandacht a,an dthoofdspoorwegen heidt gewijd en aan de spoorwegen met beperkte snelheid minder aandacht heeft geschonken, In zoover kan dit weiir voor den tramwcgman van groot belang zijn, waar dikwijls de grens tot grootspoorweg en locaalspoor- of tramweg zoo moeilijk te trekken is en naar verwacht kan w’orden, in de toekomst de laatste nog meer tot de eerste gaan naderen tengevolge van grooitere snelheid en daarmede zwaardere construcrie.

Eleclrische Tractie op Interlocale lijnen, door Her m, J, Mulder, Bussum, S, M, Gaasstra, 1915,

Een volledige handleiding kan dit wefk bezwaarlijk genoemd worden en zooals uit de Voorrede blijkt, is dit ooik

allerminst de bedoeling van den schrijver geweest. Wel wilde hij een verzameling van studies en beschouwingen geven op het gebied van electrische tractie op interlocale ‘lijnen. Inderdaad is op het gebied van intercommunale electrische tramwegen een leemte in de literatuur aan te wijzen. Het interlocale electrische verkeer heeft een groote loekomst; alles in de technische ontwikkeling der laatste tientallen jaren wijst op uitbreiding van de beschikbaarstelling van electriciteit ten dienste van de samenleving. Daarom is een uitgave als deze zeer toe te juiclun, te meer waar schrijver de bedoeling heeft voor de voorloopige plannen van tianleg, op die hoofdzaken oipmerkza,am te maken, die het maken van fundamentele fouten, met alle langdurige en kostbare nasleep daarvan te vermijden. Dit cl,at oogiiurii dient mem het geschrevene te beschouwen, dat in verschillende hoofdstukken bijzonderheden omtrent stroomsystemen, stroomtoevoer, bovenleiding en stroomafnemers, motoren, wagens, berekening van stroomverbruik en motorgrootte, telefoon, electrische bovenleiding en electrische seinmnchting mededeelt. Meerdere tabellen zijn aan het werk toegevoegd, waarvan de uitgave ooik naar den vorm te loven is.

(>m< I/unhurgxche iSteenkolen, door C, Blanke voort, Hoofd-lngenieur der Mijnen, M. Gcrrcse, uitgever, Heerlen, I'rijs /' 1,90.

In dezen tijd dat het onderwerp: brandstof menig tramwegdirectie meer dan hem lief heeft, bezighoudt, lijkt het goed de aandacht te vestigen op deze die alle ‘gelegenheid geeft grondig op de hoogte te komen van de eigenschappen van ons nationaal mijnbouwproduct. Men vreeze niet dat de zoo bevoegde schrijver, te zéér in zijn arbeid verdiept, vergeten heeft, dat het meerendeel der lezers niet tot de vakmannen behoort, doch verbrufeers zijn. Natuurlijk komt in het werk veel voor, waarvan het goede begrip de noodige vakkennis vóóropstelt, doch dit weerhoude niemand. Een aantal kaarten en schema’s is aan dit werk toegevoegd, * * ♦

XT Oorlog- en Npoorwegdienstrefjeliny, door Mr. h. Ij. JN. Bouri'cius. Overdruk van den Militairen Spectator 1915. A. W. Bruna & Zoon te Utrecht.

* 'in enkele bladzijden heeft de ons bekende schrijver eenige /.aken geschiedkundig vastgelegd. Het eerste hoofdstuk is ge*\vijd aan de Verwording van Mobilisatiedienstregehngen, het tweede aan de Duitsche Spoorwegdienstregeling m België en Noord-Frankrijk.