is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 35, 1917, no 42, 17-10-1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE LOCDMDTIEF

WEEKBLAD GEWIJD AAN DE BELANGEN VAN SPOOR-EN TRAMWEGEN ORGAAN VAN

de Nedeplandsche \fepeeniging voop Locaalspoopwegen en Tpamwe^en AHmTr->T.efrasafi=ai i-m.

de ISr.'V! Centr>aal Bu.i°eau. deis Ned. Ver>. voor® Doe. en Tpamwegen 1 Tra i i vs\

AMSTERDAM TEL-2.2633 Ip. d'. H. 3TIGTBR IW Q

No. 42.

Woensdag 17 October 1917.

35* Jaargang.

INHOUD:

Nederlandsche Vereenlging- voor Locaalspoorwegen en Tramwegen. Wetsontwerp tot wijziging van de Wet van g Juli 1900 (Staatsblad 118). Stroombesparing bij Electrische Trambedrijven. Verschillende Mededeelingen. Jaarverslagen 1916. Gemeentetram Amsterdam. Advertentiên.

De Locomotief verschijnt eiken Woensdag bij Nijgh & Van Ditmar's Uitgevers-Maatschappij te Rotterdam.

Abonnementsprijs per 3 maanden of 13 nommers tijdelijk f 2,— franco per post. Advertentieprijs van i tot 6 regels f 1,30, verder 20 ets. per regel.

Maandelijksche opgaven van de opbrengsten te zenden aan de Westeinde Q, Tel. Z. 2835, te Amsterdam. Advertentien aan de Administratie, Wijnhaven iii—113, Rotterdam.

Nederlandsche Vereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen,

Wetsontwerp tot wijziging van de Wet van 9 Jnll 1900

(Staatsblad 118).

Aan de leden zijn opi i October ter goedkeuring de hieronder volgende stukken in ontwerp voorgelegd, waartegen geen bezwaren zijn ingebracht en welke dus ongewijzigd zijn verzonden.

Aan de Tweede Kamer der

Staten-Generaal

Nederlandscbe \ ereeniging voor Locaalspoorwegen en 1 ramwegen veroorlooft zich met gepasten eerbied te Uwer kennis te brengen, dat zij met betrekking tot het VVetpntwerp tot wijziging van de \\"et van 9 Juli 1900 (Stbl. No. 118), houdende nadere regeling van aen dienst p het gebruik van spoorwegen, waarop uitsluitend met beperkte snelheid wordt vervoerd. Bijlagen 1916—1917 110.42, 1916 no. 64. 1913—•9>4 no. 380, het in afdruk hiernevens gaande schrijven tot Zijne Excellentie den Minister van W,aterstaat heeft gericht.

Zij verzoekt Uw college het daarin uiteengezette alsnog ernstig te nnllen overwegen, rekening houdende met de poote, ook algemeene, belangen, die bij de tot standkommg van de ontworpen Wet betrokken zijn en met de VCTstrekkende gevolgen, welke daaruit zullen kunnen voortvloeien.

’t Welk doende enz.

De Nederlandsche V'ereeniging voor Locaalspoorwegen en Tramwegen, (w.g.) H. VAN T HOOGERHUYS [r.,

Voorzitter,

(w.g.) J. H. NEISZEN,

Secretaris,

Amsterdam, 9 October 1917.

Amsterdam, 9 October 1917.

Aan Zijne Excellentie den Minister van Waterstaat.

Het bestuur der Nederlandscbe Vereeniging voor Locaalspoorwegen en 1 ramwegen heeft, na kennisneming van de door Uwe Excellenrie en den Minister van Justitie bij brief van 9/10 Mei 1917 aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden nota met bijlagen inzake het Wetsontwerp tot wijziging van de Wet van 9 Juli 1900 (Stbl. no. iiBj, rijpelijk overwogen, of zij zich met betrekking tot dit W'etsontwerp nog opnieuw zou mogen wienden tot Uwe Excellentie, die in vele opzichten eene tegemoetkomende houding tegenover hare wcnschen heeft aangenomen.

41$ gevolg van de hierover gehouden beraadslagingen bleek de Vereeniging van gevoelen te zijn, dat zij niet mag nalaten alsnog op een gewichtig punt terug te komen, al heeft zij zich hieromtrent reeds duidelijk uitgesproken in haar adres van 5 Januari 1.1. onder C bij art. 4 (3).

Zij meent n.l. te moeten betwijfelen, of wel goed wordt ingezien welken grooten en nadeeligen invloed het Ontwerp, Wet geworden, zal kunnen hebben op de financieele uitkomsten der betrokken ondernemingen, nu uitgemaakt wordt, dat de concessie voor tramwegen voorschriften zal inhouden ter verzekering, dat bepalingen omtrent rechten en verplichtingen der beambten en bedienden van den Spoorwegdienst worden onderworpen aan de goedkeuring van den Minister en door dezen kunnen worden vastgesteld’.

Zij wil daarom nog trachten een indruk omtrent dien invloed te geven.

lot dat einde heeft onze Vereeniging aan hare leden fmancieele gegevens gevraagd, waaruit zou kunnen worden afgeleid, welke uitwerking eene verhooging van de personeelonkosten kan hebben ten aanzien van de rentabiliteit van het bedrijf. Die gegevens zijn doioir 27 ondernemingen van zeer uiteenloopenden aard met exploitatielengten, afwisselend van minder dan 10 tot meer dan 200 K.M. verstrekt. Zonder dat hier uitvoerig wordt uiteengezet, wat zij wederom leeren omtrent de weinig gunstige financieele omstandigheden, waarin vele ondernemingen blijvend verkeeren, kunnen de gegevens voor het beoogde doel in den volgenden vorm worden geresumeerd.

Tegenover de ruim 1550 K.M. spoor van die ondernemingen staat een gezamenlijk aandeelenkapitaal van ruim f 20.000.000, terwijl de loopende leeningen bijna f 22.000.000 bedragen. De Staat der Nederlanden is door rentelooze voorschotten belanghebbende bij die bedrijven voor een som van ruim f 9.000.000. In de laatste 5 volle vredeskalenderjaren (i9<39/t9i3) betaalden deze aan arbeidsloon totaal ruim f 1.500.000 per jaar en aan dividend (zonder de verliezen van soimmige tramwegen als negatieve posten