is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 36, 1918, no 50, 11-12-1918

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn. Zij waren dat reeds vóór den oorrlog niet. Ik zal de Kamer niet vermoeien met cijfers; zij zullen den Mimster trouwens bdkend zijn. Wanneer mien nagaat, •welke dividenden Idie on'dernern!ingen hebben uitgekeerd, ook vóór den oorlog, dan kómt men tot miniatuur-dividenden: 11/2, I, 2 p'Ct.; o 'pCt. komt zeer dikwijls voor en het is een uitzondering, wanneer een hooger dividiend klon worden uitgekeerd en dan nog is dit een gevolg van bijzondere omt standigheden.

'Men krijgt voorts uit de stukken den indruk, dat de Regeering medelijden heeft met die maatschappijen, en haar daaromi wil helpen en daartoe heeft geZocht naar een rechtsgrond, 'die !dan is ~’slands belang”. Derhalve: de noodtoestand der maatschappij! is np. i en ’s'lqnds belang slechts no. 2.

Toch is de zaak anders. Het is waar, dat de toch niet sterke maatsdhappijen sedert 1914, doch vooral sedert Odtoher 1917, moeilijke tijden hebben doiorgemiaakt en nóg doormaken'. Dijt is hoofdzla'kielijk een gevolg van de •daad vlan de( Regeering in verband rhet de vaatstdUng' van de kolenprijZen. Wanneer het hier gewone landerndmingen gold, aouiden dj, óf tijdelijk [haar 'Zaak hebben stopgezet óf hebben geliquideerd. Maar dat 'mbgen deZte oridernemingein niet en 'te recht. De Minister heeft dat verbaden, want het ziou een ramp voor het land zijn, wanneer zij haar bedrijf niet konden voortzetten; 'wij hebben sledhts te derikten .aan het vervoer van materialen, 'b.v. vdn mij'nhout, notodig voor de mijnen dus, die ons branldstioffen moeten leveren; aan het vervoer van de brandstoffen zelf; aan dat v,an reizigers, militairen, vluchtelingen, en ooik aan de werkloosheid. Het zou een ramp zijn voor het land, veel meer dan voor de maatsohap'pijen, wanneer de ondernemimgen gingen liquideeren of werden stop gezet. Hulp is dus noodig, in de eerste plaats in het algemeen belang, en p|as in de tweede plaats voor de maatschappijen.

Diel Regeering zegt tot de undernemingen: gij moet exploiteeren, gij moet u in schulden sfelken, gij zult voor altijd financieiel gebroken woorden, wij orttnemlen u de kans dm te liquideeren, om daardoor uw aandeelhouders en uw’ schuldeischers te voldoien, en dat alles in ons belang; gij zult deze extra-bij'drage «'fferien vc.-O'r het algemieen belang, en kunt igij |he:t niet missen, dan mpiöt gij er voor ieenen. Ik |Zeg niet te Veel, wanneer ik mden, dat deze regeling is onbillijk ten onrechtvaardig.

Het ildomt mij' voor, dat de Regieering een ander punt miost innemen, en zij' moet zeggen: ondeimemers, gij moet exploiteeren, giji zult verliezen lijden, voorai' doordat wij! de looien voor u op een kunsümiatige wijzie duurder diedben gemaa'klt dan zij' werkelijk zijn, maar het spreekt vanzelf, dat wij!, omidat gij in het belang Van het algemeen, ■handelt, die verliezen voor onze rekening nemen. Dat zou billijk 'en rechtvaardig zijn en daarom' reeds in ’s lands bellang. ,Maar vooral is het in ’s lands belang er voor te wakend 'dat wij' niet krijgen een stel uitgemergelde onder'- nemingen. Ons land bezit voel tramwiegondernemingen, helaas niog niet genoeg de Minister zal daarm'ee instemmen Imaar er zijn er slechts w'einige, die zddh t.ot dusverre financieel konden redden. Bij de van dergelijke maatschanpijen steunen Rijk, provinoie en gemeenten met belangrij'K'e renteloioze voorschotten, subsidies en rentegairanries, en toch was de exploitatie W'einig loonend.

Nu buiten haar schuld, doch door medetoedoen van de Regeering, die ondernemingen in mideilijikbedien zijn geraakt, ziou de Regeering haar willen dwingen, oni verlies te blijven lijden, zicih in schulden te steken, waardoor het laatste, bloed van die toidh al bloedarmöedige ondernemingen zal worden afgetapt. Ik hoiop en vertrouw', dat de Regeering daartoe niet zal

I Hoe z'ullen die ondernemingen, wanneer Jiet voorstel der Regeering ongewijzigd wordt aangenomen, ooit aan de zware eisdhen van ,het vervoer künncïi vioidoen. En er zullen zware eisc'hen gesteld worden, wanneer men let op de ontginningen, welke moeten plaats hebben, op! de krachtige exploitatie van industrieën en van mijden? Hoe zullen zij komen aan nieuw kapitaal, wat zijl toch noodig zullen hebben voor de uitbreiding harer lijden, iets dat het grootste belang

is voiOT 'het geheele land, voor de aanschaffing van nieuw materiaal, voor de verbetering van de positie van' haar personeel ? ' .

' Hoe zullen zij' betere arbeidsvoorwaarden kunnen ïn het leven roepen ,ala z'ij geen financieelen hebben. Heeft reeds de Minister van Waterstaat niet een onderhoud gehad met de vertegenwoordigers van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel en den bond van ambtenaren, om over hun wenschen te spreken ?

Ik moet in dit verband voorlezien een brief van de Vereeniging van beambten van de Rotterdamsche Tramwegmaatschappij. i ’ Die vereert'ging schreef mij:

„Naar aanleiding van het bericht, voorkomende m de „Nieuwe Rotterdamsche Coiurant” van Vtij-dag i November j.1., waaruit ons bekend 'Werd dat door UHoog-Edel Gestrenge ©en amendement werd ingediend op- het wetsvoiorstel, strekkende tot instandhouding en exploitatie der spoorwegen niet bepferkfe snelheid, nemen ondergeteekenden, voorzitter en secretaris van het bestuur der Vereeniging van Beambten R.T.M., de vrijheid UHoogEdelGestrenge beleefd te verzoeken bij de verdediging van uw voorstel ook aan de belangen van het personeel wel te willen dtnken.”

Dit heb ik zoo even reeds gedaan. Verder:

„Wij doen UHoogEdelGestrenge dit verzoek in verband mtet een onderhond, 'dat ons bestuur met 'den heer directeur der R. T. M. had en waarbijl verzocht Werd 'het weekloon van het personeel inet /2, te ve.rho'ogen. Wel werd de noodzakelijkheid dezer verho'Oging door Z.Ed. erkend, doch werd het verzoek niet ingewilligd, daar de groote verliezen, door de onderneming sedert i October a. p. geleden, zulks onmogelijk maakten.”

Zeer begrijpelijk! Zullen die verschillende noodlijdende ondernemmgen haar materiaal in goede orde krmnen houiden of zullen zij genoodz'aakt zijn het te laten verarmen? Vati laatste zullen het gevolg zijn slebhte verbindingen, stoiornis in den idienst, sdhade voor handel en industrie, mogelijkd ongelukken.

Men moet niet helpen met rentelooze voorschoitten. Men moet deze ondernemingen niet dwingen tot het maken van schuld. Men moet ze niet meer verarmen dan reeds het geval is. Hier kan men alleen helpen in den vorm van subsidie. Dit is het eenige wat baten kan. Het is daarhmj dat ik in vereeniging met de heeren Dresselhuys, Visser van IJzendoorn....

De V o 'O' rzi 11 er : Bij het artikel zal de geachte afgevaardigde gelegenheid krijgen om' het amendement toe te lichten.

D'o heer Niemeijer: Mijnheer de Voorzitter! Ik kan het niet geheel uitscha'kelen. Ik mag nu todh wel aangeven, waarom i-wij' meenen dat hqt verleunen van subsidie het eenige noodzakelijke is ?

De Voorzitter: Waarom' zou de geachte afgevaardigde 'dat niet liever doen bij het amendement ?

De heer Nie m e ij' er: U wenscht dus, dat ik het bewaar tot de toelichting van het amendement ?

De Vo'orzitter: Ja, dat is regelmatiger; thans zijn wij' bezig miet de algemeene beraadslaging.

De heer Nieme ij e r : Ik dacht.dat het gemakkelijker was, maar indien u het liever anders hebt, heb ik geen bezwaar daaraan gevolg te geven.

De iheer Van G r o e n e n d a e 1: Mijnheer de President I De steun, die 'krachtens dit wetsontwerp aan de tramwegondernemingen zal worden gegeven in den vorm van subsidie en rentelopis voorschot, wordt gemotiveerd door de groiotere k*osten, die deze ondernerningen hebben ten gevolge van de stijging der kolenprijzen. Ook in de requesten