is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 39, 1921, no 17, 27-04-1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het voortbestaan der gebleken tekortkomingen. Voor zooverre het mqgelijk is daraan tegemoet te komen door maatregelen, die binnen het kader liggen van het bestaande bedrijf, behooren deze zoo spoedig mogelijk te worden toegepast.

De hier bedoelde maatregelen zijn de volgende: I°. Het onderhoud van den weg moet zoodanig geschieden, dat verdere achteruitgang van het spoor worde voorkomen en het uiterlijk aanzien aan billijke eischen beantwoordt. Waar ernstige gebreken bestaan, moeten deze worden verbeterd.

2° In de treinen behoort voor de reizigers een voldoend aantal zitplaatsen beschikbaar te zijn, zoodat deze niet verplicht zijn groote afstanden staande af te leggen 3°. De verlichting en het schoonhouden der rijtuigen behooren te worden verbeterd. Ten aanzien van een deel der rijtuigen geldt hetzelfde voor het inwendig onderhoud. 4;*. De perrons behooren beter te worden verlicht. De toegang tot de treinen moet zoo min mogelijik door op de overwegen staande wagens en op de perrons liggende goederen belemmerd worden. !

s°. De toestand en het onderhoud der wachtgelegenheden moeten worden verbeterd. De contracten met de agenten behooren te worden gehandhaafd in dien zin, dat deze zich houden aan de verplichting de wachtkamer voor het publiek open te stellen van een half uur voor het vertrekken van den eersten trein, totdat de laatste trein wellicht met uitzondering van enkele late avondtreinen, gepasseerd is; de wachtkamer moet gedurende dien tijd behoorlijk worden verwarmd en verlicht en daarin moeten worden toegelaten .alle personen, die voornemens zijn met de tram te vertrekken of er door aangevoerd worden, terwijl op de bezoekers geenerlei pressie uitgeoefend mag worden ververschingen of dranken van den agent te koopen.

6°. De dienstregeling der treinen behoort aan redelijke eischen te voldoen, voor zoover de omvang van het vervoer dit rechtvaardigt, behoort scheiding van het personenen goederenvervoer te worden toegepast. 7°. De dienstregeling moet minstens één week voor de invoering algemeen bekend gemaakt worden. De gedrukte dienstregelingen behooren steeds op de stations en bij de agenten voor het publiek verkrijgbaar te zijn. De commissie komt tot het besluit, dat de onbévredigende wijze, waarop door de R. T. M. hare lijnen en, ten deele ook, haar rollend materieel worden onderhouden, het noodig maakt den Locaalspoor- en tramwegdienst van 9 Juli 1900 volgens den tramwegdienst van 9 Juli 1900 volgens den gewijzigden tekst bekend gemaakt bij Kon. besluit van 17 Januari 1918 (Stbl. no. 99) in dien zin aan te vullen dat in art. 5 lid i onder de artikelen de wet van 9 April 1875 (Stbl. no. 67), die op tramwegen van toepassing zijn, worden opgenomen de artikelen 13, 14 en 15.

Nadat deze wetswijziging zal zijn tot stand gekomen zullen de Minister van Waterstaat en de organen van het toezicht op de spoorwegdiensten beschikken over de macht om de Rotterdamsche Tramweg-Maatschappij te noodzaken tot een deugdelijk onderhoud van haren spoorweg en een bevredigende uitoefening van haar bedrijf voor zooverre dit met het bestaande spoorwegnet mogelijk is. De commissie spreekt den wensch uit dat van de aldus verkregen macht zal worden gebruik gemaakt met krachtige hand, •doch met inachtneming der billijkheid. De bestrijding der kosten van verbetering besprekende, meent de commissie, dat bij verhooging der eischen niet verlangd kan worden, dat de exploiteerende jOnderneming de daaruit voortvloeiende meerdere kosten alleen draagt; de billijkheid brengt mede. dat dan ook de subsidiën wo'tden verhoogd.

De belanghebbenden bij ’t bedrijf der R. T. M. zijn, nevens de maatschappij, took de gemeenten, de provinciën en het Rijk; deze alle bebooren dus bij verhooging der eischen een aandeel in de verhoogde kosten te dragen. Men mag verwachten, dat, deze stelling gereede instemming zal vinden. De commissie gaat echter verder en wenscht, dat door die mede-belanghebbende publiekrechtelijke lichamen lOok zal worden bijgedragen in de kosten welke werden vereischt omi de ijzeren baan der R. T. M.

terug te brengen tot een toestand van goed onderhoud. De commissie meent te mogen besluiten, dat de subsidiën, welke voor de lijnen der R. T. M. werden verleend, niet voldoende waren om de maatschappij in staat te stellen haar bedrijf paar den eisch uit te oefenen.

/Wat betreft de verdeeling der kosten, meent de commissie dat verbeteringen van plaatselijk belang, waartoe de verbetering der wachtgelegenheden is te rekenen, zouden zijn te bekostigen door de maatschappij en de belanghebbende gemeente gezamenlijk. Verbetering van meer algemeen belang, waarlos de commissie o.a. rekent:

(a. de aanschaffing der materialen welke noodig zijn om den toestand van onderhoud op het gewenschte peil te brengen; b. de verbetering van de verlichting der rijtuigen; wenscht zij te doen bekostigen door de maatschappij, de betrokken provincie en het Rijk; in den regel elk voor één derde gedeelte. De organen van het staatstoezicht op de spoorwegdiensten gesteimd door den minister zullen na de voorgestelde aanvulling der locaals]x>or- en tramwegwet de taak hebben om de maatregelen aan te wijzen, die tot verbetering van de bedrijfstoestanden bij de R. T. M. zijn uit te voeren. Voor zooverre het echter werken en aanschaffingen geldt, tot welker kosten nevens de maatschappij ook het Rijk, de provincie en de gemeenten zullen hebben bij te dragen 'jcomt het aan de commissie mter doelmatig voor, da regeling van hetgeen zal worden verricht en van de kostenverdeeling op te dragen aan een commissie van drie leden, waarvan één te benoemen door den minister van Waterstaat, één door het betrokken provinciaal bestuur en één door de maatschappij. Ook het voeren der vereischte onderhandelingen met de geineenten zou tot de taak dezer commissie behooren.

Verschillende oorzaken kunnen leiden tot de uitkomst dat de hiervoren, aangewezen weg om tot verbetering der bedrijfstoestanden te komen niet zal worden gevolgd. Zelfs indien het stelsel doeltreffend wordt geacht kan het zijn dat de belanghebbende publiekrechtelijke lichamen niet genegen zijn de tot uitvoering vereischte bijdragen te verleenen. Ook kan ’t voorkomen dat de R. T. M. ongenegen of om geldelijke redenen buiten staat is tot medewerking. In dat geval zou naasting de oplossing kunnen brengen. Op grond van art. 30 der overeenkomst tusschen den Staat en de Maatschappij d.d. i October 1900 is de Staat te allen tijde tot naasting bevoegd. De overeenkomst regelt de vaststelling van den naastingsprijs en bepaalt, dat deze wordt verminderd met het bedrag vereischt om den tramweg, het rollend materieel en het drijvend materieel in goeden staat van onderhoud te brengen. Deze laatste bepaling kan van grooten invloed zijn op den te bepalen prijs. Indien ook tegen naasting overwegend bezwaar mocht bestaan, zou de regeering zich wellicht door een regeling met de R. T. M. de beschikking over de lijnen kunnen verschaffen.

Het tweede gedeelte van het verslag zal de gelegenheid geven om over de gebruikmaking van de bevoegdheid tot naasting in beschouwingen te treden. Uit dien hoofde wordt te dezer plaatse niet nader op dat onderwerp ingegaan (N. Crt.)

Tramwegiiet door de Veliiwe. Onder leiding van den heer J. L. J. Baron Sweerts de Landas, burgemeester van Epe, vergaderde te Apeldoorn de voorloopige commissie voor de bestudeering der plannen van een tramwegnet voor de Veluwe.

Dioor een medelid dier commissie, den heer W. Hopperus Buma was een uitgebreide kaart ontworpien, waarop de verschillende plaatsen zijn aangegeven, welke wellicht voor onderlinge verbinding in aanmerking zouden kunnen komen. Deze kaart zal aan de besturen dier gemeenten worden gezonden met verzoek daarop voor 15 Juli aan te geven op welke wijze men meent, dat de richting van de tramlijnen voor de betrokken gemeente het meest wenschelijk wordt geacht, en tevens de uitnoodiging zich op een nader te bepalen datum in September op een vergadering door afgevaardigden te doen vertegenwoordigen. (N. Crt.)