is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 42, 1924, no 7, 13-02-1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoodanig, dat hare uitgaven met inbegrip van rente en aflossing harer schulden uit hare eigen ontvangsten kunnen worden bestreden en een spoorweg-reservefonds kan worden gevormd. De toepassing van dit voorschrift is de hoofdvoorwaarde voor het voortbestaan van gemeentelijke en particuliere lijnen naast de Rijksspoorwegen. Zoolang de hiervorengenoemde eischen niet volledig vervuld zijn moeten aan de voor de volkshuishouding onmisbare bedrijven uitkeeringen uit openbare middelen worden toegestaan, minstens op denzelfden voet als de Reichsbahn voor zichzelf verlangt.

Maatschappijen, wier instandhouding niet mogelijk is, moeten in staat worden gesteld, door hen te ontheffen van hun plicht tot uitoefening van den dienst, hun bedrijf binnen korten tijd te reorganiseeren. {V er kehrstechnik.)

Jaarverslagen 1922.

Tram weg-Mij.

In 1922/1923 verminderden de inkomsten met een bedrag van f 280.151.06%, terwijl de uitgaven verminderden met f 94.126.45%, zoodat het exploitatiesaldo, zonder de uitgaven in Nederland, f 186.024.61 lager is dan in 1921/1922.

De ontvangsten, zonder de diverse baten, bedroegen per maand gemiddeld f 73.970.42 tegen f 97.461.07 in het vorige jaar.

Persmienvervoer. Er werden vervoerd, de abonné’s a 2 ritten daags berekend, 8.814.462 reizigers, tegen 11.322.391 in het vorige jaar, gevende gemiddeld per dag 24.149 reizigers tegen 31.020 in het vorige jaar.

Het aantal vervoerde scholieren bedroeg 316.753 tegen 482.068 in het vorige jaar.

Het aantal abonné’s in dit jaar, vergeleken met dat van het vorige, geeft een vermindering aan van 2.648. Het vervoer van zieke militairen bracht f 837.00 % op. De totale ontvangsten van het personenvervoer waren f 887.645.— tegen f 1.169.532.82% in het vorige jaar, bestaande uit :

in het vorige jaar.

Stationsgelden. f 773.455.50 f 1.016.321.07% Abonnementen . ~ 77.907.50 ~ 105.696.25

Coupons . . . ~ 36.282.— ~ 47.515.50

De sterke achteruitgang van het verkeer blijkt zoowel uit het minder aantal vervoerde passagiers als uit de opbrengst.

Het aantal vervoerde passagiers is teruggegaan tot het aantal, vervoerd in 1915/1916. De ontvangsten zijn ongeveer gelijk aan die van 1919/1920.

De achteruitgang van het verkeer is in hoofdzaak toe te schrijven aan belangrijk mindere bedrijvigheid in zaken en het te niet gaan van verschillende handelskantoren. Het toenemen van het aantal particuliere auto’s en taxi’s is ook alhoewel in mindere mate, mede van invloed op het verkeer. Diverse Ontvangsten. De volgende ontvangsten kwamen ten bate van de exploitatie ;

Grond- en huishuur f 244.15 Verkochte emballage, oud ijzer en koolasch ~ 2.238.29

Schadevergoeding ~ 70.05 Reclame, winst op verkochte magazijnsgoederen, enz ~ 7.551.65

Totaal f 10.104.14

Exploitatiekosten. De exploitatiekosten, zonder de uitgaven in Nederland, bedroegen f 535.722.17% bij f 897.749.14 bruto ontvangsten, zijnde 59.67% dier brnto ontvangsten. Het vorige jaar waren de uitgaven 53.47% van de bruto ontvangsten.

Tractie en onderhoud Materieel. Voor brandstoffen geleverd in de ketelhuizen is uitgegeven f 144.817.24 tegen f 260.085.89 in het vorige jaar. De vulketels verbruikten 1.098.600 K.G. Ombilien kolen, 1.404.750 K.G. Boekit Assem kolen, 431.620 K.G. Chineesche kolen en 1.280.600 K.G. Cardiff kolen, totaal 4.215.570 K.G. kolen tegen verleden jaar 5.497.560 K.G. steenkolen en 2.804.172 K.G. brandhout (inbegrepen het houtverbruik door locomotieven met vuurhaard) .

Per locomotiefkilometer bedroeg het brandstofverbruik 7 K.G. De prijs per ton brandstof aan de ketelhuizen was gemiddeld f 34.35 tegen f 41.88 in het vorige jaar. De locomotieven met vuurhaard verbruikten 1.209.763 K.G. brandhout en 1.039.303 K.G. cokes, ter waarde van f 68.743.77.

Per locomotiefkilometer bedroeg het verbruik aan brandstof 5.2 K.G. De prijs per ton brandstof op de locomotieven was gemiddeld f 30.56. Aan smeer- en poetsmaterialen is uitgegeven f 8.131.5614 tegen f 15.756.12 in het vorige jaar.

Het aantal afgelegde askilometers bedroeg 9.834.581 tegen 8.896.367 in het vorige jaar en het aantal assen gemiddeld per trein 12.22 tegen 11.16 in het vorige jaar.

De locomotieven verbruikten 12.603 liter mineraalolie tegen 15.822 liter in het vorige jaar, en daarvoor is uitgegeven f 5.345.40 tegen f 12.571.71 in het vorige jaar of per 100 treinkilometer f 0.66 tegen f 1.58 in het vorige jaar.

De rijtuigen en wagens verbruikten 1.583 liter mineraalolie tegen 1.175 liter in het vorige jaar, en waarvan de waarde bedroeg f 593.56 tegen f 977.48 in het vorige jaar.

De uitgaven voor tractie en onderhoud materieel zijn per treinkilometer f 0.40 met inbegrip van kosten voor brandstof a f 0.26 tegen het vorige jaar f 0.49 en f 0.33.

Weg, Gebouwen en Kunstwerken. De uitgaven voor den weg en de kunstwerken, inclusief groote vernieuwingen, bedroegen f 30.701.69 tegen f 31.230.63 in het vorige jaar en per 1000 treinkilometer f 38.09 tegen f 39.16 in het vorige jaar.

De uitgaven voor de gebouwen bedroegen f 1.088.34 tegen f 364.20 in het vorige jaar en per 1000 treinkilometer f 1.35 tegen f 0.46 in het vorige jaar. Toelichting tot de Balans. Debetzi]de.

De Tramweg. Oude Werken per 30 Juni 1922, onder aftrek van de tot 30 Juni 1920 plaats gehad hebbende afschrijvingen f 1.323.373.34 Nieuwe Werken 3.563.205.52

f 4.886.578.86

Afschrijvingen : 1920/1921 en 1921/1922 ...... 266.637.111/2

f 4.619.941.74^2

Waarborgfonds ■ De rekening vermeerderde door koerswinst met f 1.691.25 en bedraagt thans f 18.438.75.