is toegevoegd aan je favorieten.

De locomotief; weekblad gewijd aan de belangen van spoor- en tramwegen, jrg 45, 1927, no 19, 11-05-1927

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ónmogelijk dat een overbrenging, welke grooter is dan I : 5 tot I : genomen wordt. Het maximum aantal toeren van de motor is daardoor beperkt. De mechanische inrichting van de remmen is ook nog voor verbetering vatbaar. De remblokken zijn met hangende ijzers aan de aigeveerde ileelen van het rijtuig bevestigd. Rij

hel aandrukken van de remblokken wordt de veering van den wagen voor een deel opgeheven. Zoodra dus geremd wordt, begint de wagen minder prettig te loopen. Er treden slingerbewegingen op, welke de afgeveerde wagenkast heen en weer doen bewegen. Bovendien doet zich een onaangenaam ratelen hooren, vooral tegen dat het geheele rijtuig tot stilstand wordt gebracht. E)e voeringen van de lagers der assen vereischen ook een groot onderhoud, omdat ze voortdurend door stof en vuil verontreinigd worden.

Het streven om de hier genoemde nadeelen te ontgaan, heeft in den laatsten tijd tot nieuwe voorstellen geleid, welke in hoofdzaak gebaseerd zijn op constructies, welke in den automobielbouw voorkomen en welke proefondervindelijk goed gebleken zijn. Er zijn verschillende constructies ontworpen, welke de gebreken ten deele opheffen, doch die niet in staat zijn het slechte doorloopen der bochten van tweeassige wagens te verbeteren. Het hieronder beschreven nieuwe motorwagenonderstel IS geconstrueerd met de bedoeling, om, onafhankelijk van de gebruikelijke bouwwijze der wagens, een rijtuig voort te brengen, dat in staat is van de eene groote revisie tot de andere te loopen, zonder dat er naar omgezien behoeft te worden ; een rijtuig, dat weinig aan onderhoud kost, weinig stroom en smeerolie verbruikt en bovendien vrij is van de verschillende gebreken, welke de wagens van het gewone type aankleven.

Op verzoek van de ~Schweizerische Lokomotiv- iind Maschinenfabnk” te Winterthiir, heeft de stadstram te Zürich besloten een proefwagen aan te schaffen, welke voorzien is van een cardanoverbrenging. Deze wagen loopt nu sedert eenigen tijd op een lijn, welke "Zeer rijk IS aan krommingen. (Het onderstel werd gefabriceerd door de uitvindster, de Lokomotiv- und Machinenfabrik Winterthur, de electrische uitrusting is van de machinefabriek Oerlikon en de wagenbak met toebehooren werd vervaardigd door de Schweizerische Waggonfabrik te Schlieren). Het onderstel met cardanaandrijving (Afb. I en 2) wordt in hoofdzaak daardoor gekenmerkt, dat tusschen de beide drijfassen een zwenkend onderstel is gevoegd, waarop de beide motoren veerend gemonteerd zijn. Deze laatste zijn aan twee langsliggers vastgeschroefd. Deze langsliggers zijn bevestigd op spiraalveeren, welke gemonteerd zijn op de van kleine wielen voorziene assen van het zwenkend onderstel. De buitenste lagerdeksels der motoren zijn als kogelkoppen ge-

vornid, waaraan een soort disselboom bevestigd is, welke naar de drijfassen loopt.

Door deze wijze van bevestigen worden de drijfassen gedwongen, zich in de bochten op de juiste wijze in te stellen, in tegenstelling met de drijfassen van die wagens, waar de motoren aan het frame van den wagenbak opgehangen zijn.

Fig. 3. Cardanoverbrenging met reminrichting.

Een groot voordeel van deze constructie is bovendien, dat de flenzen van de wielen van het zwenkende onderstel niet erg tegen de spoorstaven drukken, daar, bij het doorloopen der bochten de druk van het eene wiel opgeheven wordt door het andere. Het ligt voor de hand, dat, door deze juiste instelling der drijfassen, de radstand van een wagen naar wensch vergroot kan worden. Zoo bezit b.v. het hier a.fgebeelde onderstel een radstand van 5,2 meter, terwijl een normale 2-assige wagen, welke gebouwd is om bogen te doorloopen, welke eenzelfde straal hebben als met dat onderstel doorloopen worden, hoogstens een radstand van 2,8 a 3 meter mag hebben.

Het in gebruik nemen van het zwenkende onderstel verhoogt, zooals te begrijpen is, het gezamenlijke gewicht van den wagen. Deze vermeerdering van het gewicht wordt echter opgeheven, doordat de motor minder zwaar behoeft te zijn, omdat er een grootere overbrenging tusschen motor en drijfas iiiogelijk gemaakt is. Het totale gewicht is dientengevolge ongeveer gelijk bij de beide systemen. Het overbrengen van de omwenteling \ an de motoras op de drijfwielen geschiedt via een dubbele tandradoverbrenging, welke, volkomen stof- en oliedicht, ingebouwd is in een stalen kast, welke op de drijfas steunt (Afb. 3 en 4). Aan deze stalen kast is een soort dis.selboom bevestigd, welke aan haar einde door een kogelgewricht met het zv/enkende onderstel verbonden is. (Afb. 3 en 5). Alle deelen, welke aan slijting onderhevig zijn, zooals: lagers, tandraderen en gewrichten, zijn stofdicht afgesloten en worden door speciale inrichtingen voortdurend gesmeerd. Deze speciale inrichtingen zijn de beste waarborg dat alle bewegende deelen zoo weinig niogelijk afslijten. De tandradoverbrenging tusschen motor en drijfas is vastgesteld op I : 9 ; dit is dus het dubbele van de overbrenging, welke bij de gewone motorophanging plaats vindt. Alle lagers, zoowel van de drijfassen als van de tandraderen, zijn als rollenlagers uitgevoerd en van flinke afmetingen.

Een zeer belangrijke detailconstructie, welke zeer veel van de heden gebruikelijke bouwwijze afwijkt, bestaat hierin, dat de wielen van de drijfassen tot op zekere hoogte onafhankelijk van elkaar gedraaid kunnen wor-

Fig. 4. Drijfas met geopende raderkast.