is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1947, 01-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—- vooral uit St. Malo, Rouen, La Rochelle, Bordeaux en andere zeehavens —, in de eerste plaats Hugenoten, maar ook Rooms-Katholieken zich op de zeer winstgevende pelshandel toe. Ook het aantal vissers, Basken, Bretons en Normandiërs, vermeerderde sterk. De concurrentie leidde tot aaneensluiting. In 1599 werd een handelscompagnie opgericht, uitgebreid en gereorganiseerd in 1603: de Compagnie de la Nouvelle France, min of meer naar Nederlands voorbeeld. Niet alleen handel en visserij maar ook kolonisatie stond thans op het program. Naast den ontdekkingsreiziger Champlain werd dan ook reeds een gouverneur, de Hugenoot De Monts, uitgezonden, en in 1605 de eerste blijvende nederzetting der Fransen in Amerika, Port Royal, later in Annapolis omgedoopt, gesticht aan de Baie Frangaise, nu Fundy Bay genaamd. Het zou het veel bedreigde centrum in Acadië worden. In het eigenlijke -Canada, het stroomgebied van de St. Laurens, stichtte Champlain in 1608 Quebec, terwijl na zijn dood verder landwaarts, nabij de samenvloeiing van de St. Laurens en de Ottawa, in 1642 Montreal ontstond. Vooral ook om de kolonisatie te bevorderen stichtten eerst Richelieu in 1628, later Colbert in 1664 nieuwe maatschappijen, welke echter zo weinig succes hadden, dat heel Nieuw-Frankrijk aan deze werd onttrokken en in 1679 staatsgebied verklaard.

De langzame voortgang der kolonisatie was, evenals in ons NieuwNederland, grotendeels het gevolg van het feit dat de pelshandel en de visserij veel winstgevender waren en direct gewin gaven, terwijl de kolonisatie eerst na vele jaren vruchtdragend zou zijn. Kooplieden zijn in het algemeen slechte kolonisatoren. Zij vreesden bovendien dat de te vestigen boeren e.a. hun monopolie zouden ondermijnen. Daarbij kwamen aanvankelijk felle twisten tussen Hugenofen en Roomsen, terwijl toen Richelieu alleen de vestiging van Roomsen wilde toestaan, welk besluit onder Colbert gehandhaafd bleef, de meest vooruitstrevenden onder de Fransen aldus werden uitgesloten.

Niet van de kooplieden en reders, maar van de staatslieden zoals Hendrik IV, Richelieu en Colbert is dan ook de kolonisatie uitgegaan, daarbij krachtig gesteund door sommige gouverneurs, die voor de volksplantingen een bijzondere voorliefde toonden. De bekendste is Champlain in het eigenlijke Canada, later de intendant Talon. In Acadië werden achtereenvolgens Poutrincourt, Razilly en d'Aulnay, de volksplanters. Toch bleef, ondanks hun pogingen, het aantal kolonisten gering. In Acadië hebben zich slechts een 40-tal gezinnen gevestigd, in Canada enige honderden, veelal overgebracht door edelen, seigneurs, die uitgestrekte landgoederen kregen met alle er aan verbonden rechten. Zo kregen zij de rechtspraak, het jachtrecht, het visrecht, het maalrecht enz., kortom evenals in Europa de zgn. heerlijke rechten, die zij bleven uitoefenen in de gebieden, die zij aan overgebrachte boeren hadden verpacht. Vooral langs de oevers der St. Laurens treft men deze seigneuries nog heden aan, al zijn de genoemde rechten sedert 1854» toen zij alle zin verloren, afgeschaft. Op het Prins Eduard Eiland werden zij tot 1878 gehandhaafd! Ook