is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1947, 01-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. C. MAARLEVELD*)

INVLOED VAN DE WIND IN GEBIEDEN MET KOUD EN GEMATIGD KLIMAAT

In de verschillende artikelen over de periglaciale verschijnselen, welke gedurende het laatste decennium zijn verschenen, werd de wind als voornaamste geologische kracht genoemd. Hoewel een goed begrip van de wijze van erosie en accumulatie in polaire en subpolaire gebieden van veel belang is, werd weinig literatuur hieromtrent genoemd. Duidelijk wordt dit geïllustreerd door de publicatie van C. H. Edelman en R. D. Crommelin (1939), ,Over de periglaciale natuur van het Jong-Pleistoceen in Nederland' (T.A.G. 2e Ser. 56, 502-513), waarin op een mondelinge mededeling van Dr. C. E. Wegmann te Schaffhausen (thans hoogleraar te Neuchatel) wordt gewezen.

Het lijkt daarom van belang iets mede te delen over een in Nederland weinig bekend werk. Van de hand van Carl Samuelsson verscheen het boek: ,Studiën über die Wirkungen des Windes in den kalten und gemassigten Erdteilen' [Upsala, 1926, Buil. of the Geol. Instit. of Upsala, Vol. 20, pag. 58-230], waarin veel waarnemingen van Spitsbergen, IJsland, Groenland en Zweden worden beschreven.

Zoals de titel reeds meldt, behandelt schrijver de werkingen en invloed van de wind, welke hij zó'n voorname rol toekent dat hij in die streken, na het ijs, de wind de belangrijkste van alle aan de oppervlakte voorkomende krachten beschouwt, een indruk, welke wordt versterkt naarmate men de poolstreken nadert.

Het jaargetijde waarin deze werkingen het sterkst domineren, is de winter. Dan heersen de bekende hevige stormen, welke gepaard kunnen gaan met sneeuwval. Bij stormen zonder sneeuwval zal de reeds vroeger afgezette sneeuw gedeeltelijk opnieuw worden meegevoerd, zodat steeds belangrijke verplaatsingen optreden.

De vegetatie ondervindt door deze werkingen, ook in andere jaargetijden, een sterk nadelige invloed. In het bijzonder is dit het geval op plateau's en in de toendra's, vooral wanneer er oneffenheden aanwezig zijn.

Op de tegen de wind beschutte terreinen kan de flora zich aanzienlijk beter ontwikkelen dan op andere plaatsen. Ook bij kleine oneffenheden, bv. een steen, is de invloed reeds waarneembaar. Aan de groeirichting der planten en de door de wind met meegevoerd materiaal veroorzaakte beschadiging, kan zonder veel moeite de windrichting herkend worden. Opvallend is dat de invloed van de wind hier meestal zelfs sterker is dan die van de bestraling door de zon. De direkte werking van de wind op de vegetatie is dus opmerkelijk.

Wanneer de invloed van de wind in die mate schadelijk is dat

*) Stichting voor Bodemkarteering, Wageningen.