is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1947, 01-01-1947

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Thans vormt de Duitse bevolking in de herwonnen gebiedsdelen een onbetekenende minderheid, behalve in de districten Stolp en Wollin, waar deze iets meer dan 50 % bedraagt. Van de totale bevolking dezer gebieden van 4831000 zielen is 85,6% Pools en 13,9 % Duits, ter wijl de toeneming van de Poolse bevolking en de afneming \an de Duitse bevolking nog steeds voortgaat.

Een blik op bijgaande kaart doet zien, dat de rest van de Duitse bevolking zeer onregelmatig over de herwonnen gebiedsdelen is verdeeld. Kennelijk is een brede gordel van Noord naar Zuid langs de Oder geheel van Duitsers ontdaan, evenals het mijngebied van OpperSilezië en het gebied beoosten Danzig.

Ten slotte zij nog aangetekend, dat van de totale Poolse bevolking in deze gebieden 39% bestaat uit repatrianten en re-immigranten, 32 % uit personen, die voor het eerst naar deze gebieden zijn overgebracht en 29 % uit plaatselijke Poolse bevolking e.a.. Deze cijfers geven wel een denkbeeld van de ongehoorde volksverhuizing, welke hier

F. Bakker schut

Voorraadvorming voor strategische doeleinden in de U.S.A. De regering der U.S.A. heeft besloten over te gaan tot het vormen van een voorraad van grondstoffen, welke men in het land zeil met of niet voldoende bezit en die voor de oorlogvoering noodzakelij ' zijn gebleken. De Mijnbouwkundige Dienst heeft cijfers gepubliceerd, die aantonen dat de natuurlijke vindplaatsen in de U.S.A. van kwik, lood, chroom, bauxiet (aluminium), mangaan, wolfraam, zink, en zelfs koper, over enige jaren uitgeput zullen zijn. De regering heeft $ 2 milliard beschikbaar gesteld voor vorming van voorraden dezer ertsen. Gedurende i94i-'45 moest de U.S.A. 37 % van het 'ver~ werken koper importeren, terwijl men vóór de oorlog een surplus had; het tekort aan zink, dat vóór de oorlog slechts 6 % was, rees tot 37 % > de invoer van lood van 11 % tot 44 °/c. Daar komt nog bij, dat gebleken is dat dergelijke grondstoffen in oorlogstijd veel duurder zijn, niet alleen door het oplopen van de vraag, doch ook door de sterk stijgende vrachtkosten, het verlies door vijandelijke acties tijdens het vervoer, en doordat sommige grondstoffen zó dringend benodigd waren dat zij gedeeltelijk per vliegtuig aangevoerd moesten worden (mica uit India, tin en wolfraam uit China, kwarts uit Brazilië, berylium uit Argentinië). Voorts bestaat de mogelijkheid dat bepaalde productiegebieden door vijandelijke acties onbereikbaar worden, zoals dat het geval was met Nederlands-Indië (tin, rubber), Malaka (tin),

de Filippijnen (hennep). ... . .

De voorraden zullen beheerd worden door de militaire autoriteiten. Deze dringen op spoed aan, zij wensen voor 1947 niet minder dan $ 300 millioen te besteden. Ook president Truman drong, toen hij de betreffende wet ondertekende, op grote spoed aan. Intussen zijn diverse prijzen al weer sterk opgelopen: koper van 12/2 op I5/2 $-cent, lood van op 9$-cent, antimoon van WA op 22^4