is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van den Bussche verwaarloost trouwens al het Nederlandsche materiaal. De strekking van zijn beide opstellen werd nooit weerlegd. De artikelen beginnen eerst thans in Denemarken de aandacht te trekken i). Een Deensch predikant op Amager, de in een voetnoot eerder genoemde Mogens Strunge van Taarnby, meende aanvankelijk te kunnen bewijzen, dat de kolonisten op Amager van Belgische afkomst waren. Later heette het volgens de Berlingska Aftenavis, dat Noordholland de bakermat der vrouwelijke, Vlaanderen de bakermat der mannelijke immigranten zou zijn geweest2). Bij de jongste officieele plechtigheid op het eiland — het herdenken van het 750-jarig bestaan van Taarnby's beroemden toren -—- bevonden zich behalve de Deensche koninklijke familie en vele anderen, dan ook niet alleen de Nederlandsche, maar bovendien de Belgische gezant. Onwillekeurig wordt men hierbij aan de zoogenaamde Belgische stichting van New York (Amsterdam) herinnerd!

Na bestudeering der bronnen mag worden aangenomen, dat het huwelijk van Isabella van Oostenrijk, zuster van Karei V, met Christiaan II van Denemarken den wensch naar een Nederlandsche tuinders-kolonie deed ontstaan. Isabella, door de Nederlanders veelal Elisabeth genoemd, was opgegroeid aan het hof van haar tante, de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk te Mechelen. Met eenigen nadruk zij vermeld, dat te Mechelen het Fransch de hoftaal was. Margaretha kende geen woord Dietsch3). Toch ligt het voor de hand, dat Isabella de taal wèl kende en zich ■— althans aanvankelijk — bij voorkeur door Zuid-Nederlanders deed omringen4). Haar gemaal, Christiaan II, liet dan ook ten hare behoeve haar geheele hofhouding uit de Nederlanden overkomen. Zoo is het niet toevallig, dat een der bekwaamste en trouwste dienaren, ook van Christiaan, de Zuid-Nederlander Cornelius Scepper werd, uit Nieuwpoort in WestVlaanderen afkomstig.

Zoo is het misschien evenmin toevallig — het is thans voor het eerst, dat op dit mogelijke verband wordt gewezen — dat de eerste tuinders ook uit Nieuwpoort in Vlaanderen kwamen! Uit het archief van Nieuwpoort werden aan Van den Bussche — die in zijn genoemde opstellen echter nergens van den eerder genoemden Scepper rept — gegevens verstrekt, uit welke blijkt, dat Bouden van der Helle „warmoeser", zich in Denemarken vestigde „a la suite de Sa Majesté la reine Isabelle", op een eiland nabij Kopenhagen. Waarschijnlijk is

1) Reden, waarom ik meen, dat de studie van Van den Bussche niet in een voetnoot, maar in den tekst moest worden besproken. Gaarne geef ik toe, dat de woorden „Flamands" en „Beiges" in verschillende tijden verschillend werden gebruikt. Men hoede zich dan echter voor het misbruiken.

2) Algemeen Handelsblad, avondblad 29 Juni 1937, blz. 4.

3) J. H. Der Kinderen—Besier, Mode-Metamorphosen: De kleedij onzer voorouders in de 16de eeuw, Amsterdam, 1933, wijst hier ook uitdrukkelijk op (blz. 40).

4) Haar broeder, later Karei V, werd aan ditzelfde hof opgevoed. Hij begon echter pas op zijn 13de jaar met de studie van het Vlaamsch. Zie dr. J. S. Theisen, De Regeering van Karei V in de Noordelijke Nederlanden, Amsterdam 1912, blz. 16.