is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

20ste eeuw het wel zeer onverschillige vaderland verlieten, dan kan men zich, zij 't ook met eenige teleurstelling, indenken, dat het vertrek van slechts een 24—30 tal families, nog geen 200 personen ia totaal, al zeer spoedig in het vergeetboek moet zijn geraakt. De vestiging van vreemdelingen trekt uiteraard veel sterker en blijvender de aandacht in het nieuwe land, dan het vertrek, zelfs van vele landgenooten in het oude land *). Dit laatste (het vertrek) wordt wel zeer spoedig vergeten!

Men mag het feit, dat reeds de oudste bronnen van Waterlanders en (of) Westfriezen spreken, als een voldoende waarborg beschouwen, dat de kolonisten inderdaad uit Noordholland afkomstig waren. Ten overvloede wordt men hierin nog door andere feiten gesterkt. De voor- en achternamen, de doop- en familienamen, die de nakomelingen der kolonisten dragen, herinneren nog, ja, komen, wat de voorof doopnamen betreft, geheel overeen met die, welke nog tegenwoordig in Noordholland, vooral in Westfriesland gebruikelijk zijn. Een mijner kennissen, een Westfries uit Opperdoes geboortig, bevestigde mij een en ander. Naar de oude, volgens Friedrich Kluge2) tot in de 19de eeuw bij de Friezen gehandhaafde gewoonte, worden ook onder de Nederlanders op Amager de menschen niet alleen met een voornaam, maar tevens ter onderscheiding met hun vadersnaam aangeduid. Ik noem slechts enkele namen: Wibrandt Jansen, Isbrandt Tönnesen (IJsbrand Teunissen), Jan Crillesen, Pitter Gjertsen (Pieter Gerritsen), Jacob Willumsen, Gert Jacobsen, Willem Jansen Buur, Jan Willumsen Buur, enz. Naast jongensnamen als Krelis, Wibrandt, Martius (Maarten), Willum, Sibrandt, Dirich (Dirk), Eisbrandt, Cornelis, Teunis, Gerrit, Rejr, komen meisjesnamen voor als Thrijn, Trineke, Martje (Maartje), Gerritje, Diwer, Neel, Grith, enz. Enkele dezer namen als Rejr, Wijbrand, Gert, Diewer, doen nog tegenwoordig typisch Noordhollandsch aan.

De taal waarin het oudste privilegie is gesteld — men vindt een afschrift van de te Kopenhagen bewaarde copie in het tweede deel van Chr. Nicolaisens Amagers Historie -— wijst evenals de vele andere afschriften, welke in dit werk zijn opgenomen, op Noordholland, dus op Noord-Nederland, maar niet op het Zuiden3).

Ook in de kleederdrachten, die eertijds op Amager in gebruik waren en de daarbij behoorende sieraden, wordt men aan Noordholland her

1) Eerlijkheids- en volledigheidshalve zij vermeld, dat in de Kronykmatige en Geschiedkundige Beschrijving van Purmerende en omliggende Dorpen, Meren enz." door G. van Sandwijk (Te Purmerende, bij D. Broedelet & Co., 1830) wel herinnerd wordt aan „eenige Waterlandsche boeren uit dit oord die in 1515 het eilandje Amak bevolkten op verzoek van Chnstiaan II ten believe zijner vrouw Elisabeth. Zij dragen er nog tegenwoordig (1839) een kleeding als bij ons op Marken en „het gooijen van de kat uit de ton, een oud vaderlands volksvermaak" trekt de menschen uit Kopenhagen jaarlijks naar het eiland —- zoo heet 't aldaar. t l

2) Deutsche Namenkunde, Fiinfte Auflage, Leipzig I93°> b 1 z. 4*

3) Prof. dr. G. G. Kloeke, die zoo vriendelijk was dit oudste privelegie door te lezen, bevestigde mij een en ander.