is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steen is zonder twijfel juist. Rouffaer was een goed opmerker; het aanschouwde gaf hij getrouw weer, waarbij hij het essentieele op den voorgrond wist te stellen. De verklaring echter van het afgebeelde op de Wadoe Toenti lijkt mij te apodictisch uitgesproken1). Wajangachtig zijn de afbeeldingen inderdaad, doch of het afgebeelde den God (Jiwa voorstelt met zijn rijdier is zeer de vraag. Bovendien het rijdier bij uitnemendheid van dezen god is de stier Nandi; en de tijger speelt slechts een ondergeschikte rol in dit verband. Merkwaardig is dat de voorstelling op de Wadoe Toenti in enkele opzichten doet denken aan de afbeeldingen op de Javaansche (tempel) munten. De vijf figuurtjes, waarin Rouffaer geldpotten ziet als „gave" in ontvangst genomen door den knielenden persoon, ziet men bijna altijd afgebeeld op deze munten 2).

Zoolang echter de er bij behoorende inscriptie nog niet ontcijferd is, dunkt mij elke verklaring praematuur. De letterteekens zijn wel te herkennen als een uitlooper van het Oudjavaansche schrift; doch of de taal óók Javaansch is, durf ik niet direct te zeggen. Het lijkt mij hier echter niet de plaats dieper op deze kwestie in te gaan.

BIJLAGE

[No. i]. De Hindoe-oudheden die vroeger in een sawah be-W. kampoeng Tato (ongeveer 3 paal O.N.O. van Bima), tusschen die desa Tato (dit woord beteekent „beeld"!) en de kampoeng Salawa in, zich bevonden onder een paar kanari-boomen, zijn totaal verdwenen en de plek is onherkenbaar geworden, sinds een 50 jaar geleden de Radja Bitjara (Rijksbestierder) van Bima, genaamd Ahmad, de plek geraseerd heeft en de beelden uit fanatisme in zee heeft laten gooien! De ompoe (kampoeng-hoofd) van Tato kon Banse en mij op 3 Aug. 1910 echter de plek nog aanwijzen. Van de beelden (bërhala's) zijn in 186? een ... tal 3) in het Museum van het Batav. Genootschap gekomen; het laatste hoofdelooze beeldje van ± ...cm hoogte, indertijd daarvandaan medegenomen, werd door den inlandsche onderwijzer in begin 1910 ten geschenke gegeven aan Dr. Elbert.

[No. 2]. Aan de linkerhand rijden we de vrij groote 3-dakige mësigit voorbij, en zie ik in het grafveld aan den naar ons toegekeerden N.-kant een blijkbare lingga als grafsteen (mesan) gebruikt; afgestegen, ga ik deze meten, en vind dezen in 't geheel 45 cm boven

1) Men zij echter er aan herinnerd, dat wij voor ons hebben aanteekeningen op reis gemaakt, die wellicht nog veranderingen zouden hebben ondergaan, indien Rouffaer ze persklaar had gemaakt.

2) Zie H. C. Millies, Recherches sur les monnaies des indigènes de 1'Archipel indien et de Ia Péninsule malaie, La Haye, 1871, tabel II—X; en zie vooral wat op blz. 33 (... la main étendue comme pour lever un objet, qui semble un vase ou un pot).

3) Het laatste cijfer is in het jaartal weggelaten; zie echter over het overbrengen der beelden naar Batavia blz. 5, noot 3 in dit artikel. Voor tal" leze

men 2-tal. Cf. blz. 97.