is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verder blijkt uit bovenstaande cijfers, dat vooral de groote graanschuren, de Oekraïne en het Zwarte Aarde-gebied, die door hun groote vruchtbaarheid groote opbrengsten kunnen geven, voortdurend achterblijven bij de plancijfers.

Op kaart no 2 zijn de percentages aangegeven van voor graanbouw gebruikten grond ten opzichte der totale oppervlakte van de in de tabellen op blz. 12 en 14 genoemde gebieden. Kaart no 3 geeft een beeld der percentages, welke volgens de Regeering in 1933 zijn bereikt, waarvoor de getallen in de laatste kolommen der beide tabellen het gemiddelde geven; 100 % beteekent dus dat de geheele oppervlakte, die volgens het plan bezaaid had moeten worden, ook werkelijk is bezaaid. Eindelijk geeft kaart no 4 de percentages aan, die in genoemd jaar van de in het plan vastgestelde oppervlakte op zoodanige data waren bezaaid, dat nog een redelijke kans bestond op een oogst, die de moeite waard zou zijn. Door het ontbreken van nadere gegevens \an de producten op zichzelf, moet verwezen worden naar kaart no 1, waarin de percentages voor de verschillende graansoorten zijn verwerkt.

Wat de opbrengst van de bezaaide oppervlakte betreft, stuit men op nog grootere moeilijkheden, daar de Regeering geen gegevens verstrekt van de opbrengsten der gebieden apart. Men krijgt alleen een totaalcijfer. Hieraan moet ook geen groote waarde worden toegekend, omdat men er niet bij zegt, welke opbrengst men ermee bedoelt.

Regeermg heeft namelijk de gewoonte om drie oogstcijfers bekend te maken: a de opbrengst van den zoogenaamden biologischen oogst dat wil zeggen den geschatten oogst op halm; b de oogst, die van dé velden gehaald wordt en c de gedorschte oogst.

Uit klachten in de pers blijkt, dat het met de opbrengst per ha van de verschillende graansoorten zeer droef gesteld is. In plaats van de voorgeschreven opbrengst per ha van 11—13 hl komt men maar tot A ' ,pe,r vruchtbare gebieden der Oekraïne en der Zwarte

/ arde komt men weliswaar tot iets hoogere opbrengsten, maar deze worden ruimschoots te niet gedaan door de zeer lage opbrengsten van v iberie en andere streken. Deze slechte opbrengsten kan men ten deele verklaren uit het feit, dat men te weinig teeltwisseling toepast. Een voorbeeld hiervan is de model-sovchoze Gigant met een oppervlakte van 220000 ha, waar men gedurende zes jaar achter elkaar tarwe verbouwd heeft. De grond wordt dus veel te veel uitgeput.

Aan den anderen kant worden de akkers veelal onvoldoende se-

?Wi'" tCiVaak f™0'1 men het zaad op "««Ploegde akkers.

Door het slechte ploegen krijgt men te kampen met een geweldig percentage onkruid, zoo hoog zelfs, dat het in sommige streken onmogelijk is met machines te oogsten en men aangewezen is op het met

Si w faar' waarv00r echter de no°dige arbeidskrachten ontisdus ^ begrijpen, dat men een beroep moet doen op de stedelijke bevolking, die echter door onbekendheid met het landbouw-

mefi',,/6 ,n,et-gfn0eg festeert- Het gevolg'daarvan is, dat men met het oogsten met zoo vlug kan opschieten, als noodig is. In 1933