is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor ouderlijke vermaledijding en voor 't binden door clanmacht; er dient dus ook rekening gehouden met de ndoki-beschuldiging en met de reactie der gemeenschap.

b Het feit dat beheksing bewust of onbewust gepleegd wordt, doet

doorgaans niets ter zake.

c Verschil in wijze van optreden: De behekser handelt in 't geheim, meestal 's nachts. De toovenaar treedt op in 't openbaar, te midden van 't dorpskader.

d Verschil in practijken: De behekser zoekt een slachtoffer in zijn macht te krijgen om de levenskracht te binden of te verslinden. Onder de practijken van den toovenaar zijn er van alle slag: hij is ziener, waarzegger, wichelaar, geneesheer, medicijnman, opzoeker van heksen, raadsman, vertrouwensman, soms ook regenmaker of regenbezweerder.

e Verschil in bedoeling: De behekser wil zijn evenmensch (eventueel een clanlid) nadeel berokkenen, een ongeluk op 't lijf jagen, van 't leven berooven. De toovenaar streeft openlijk slechts één doel na: de gemeenschap in haar geheel of in één harer leden te helpen, te beschutten, te vrijwaren, te genezen, te redden.

ƒ Verschil in de houding der leden der gemeenschap: De behekser wordt veracht, gehaat, gevreesd en ontweken. De toovenaar staat in eer en achting, of wordt alleszins in de gemeenschap geduld. g "V erschil in de reactie der gemeenschap: De toovenaar verwerft er gemakkelijk aanzien, macht en rijkdom. Daar waar hij niet in eer staat, wordt hem ten minste vrij spel gelaten. De behekser wordt nergens geduld, wordt onmeedoogend gestraft en onverbiddelijk geweerd. Zelfs in de onderwereld wordt hij door de afgestorvenen in hunne dorpen niet aanvaard.

h Verschil in beroepsuitoefening: Het toovenaarsberoep wordt dikwijls bewaard en overgeërfd in een bepaalde familie of aangeleerd en overgedragen dóór een meester op een door hem ingewijd opvolger. De beheksers zijn meestal gelegenheidslui, die uit reden van afgunst, nijd, of wraaklustig verlangen, in 't geniep daartoe overgaan.

Uit deze eerste bevindingen constateeren wij het volgende:

1 Waar geloof aan en practijken van dergelijke hekserij voorkomen, staat men voor een bepaalde geesteshouding: geloof aan het bestaan van geheimzinnige krachten en machten, verborgen voor den gewonen sterveling in de zichtbare wereld waarin hij vertoeft.

2 Ook een bepaalde affectieve gemoedshouding heerscht in deze gemeenschappen. Vrees voor behekser en voor beheksing. Als gevolg: beroep op een tegen-behekser en opzoeken van den behekser met onverbiddelijke bestraffing.

3 Bij den behekser zelf beantwoordt daaraan een bepaalde wilshouding: hij poogt die krachten te bemachtigen en doet ze in werking treden ten nadeele van de gemeenschap of van één harer leden.

4 De beheksing als zoodanig bestaat niet in een geesteshouding, noch in een gemoedshouding, maar in een daad, die in gevallen van bewuste beheksing duidelijk terugslaat op een wilshouding. Een indi-