is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich de oudheden van Menangkabau bevinden, is dit een wanverhouding, slechts verklaarbaar door de vele belangrijke vondsten van den schrijver juist in Padang Lawas. Ook van de over het algemeen voortreffelijke illustraties op 42 platen krijgt men den indruk, dat de keuze van wat werd afgebeeld vooral samenhangt met de persoonlijke werkzaamheid van den auteur.

Wanneer men nu van het geschrift niet meer verlangt dan het zelf wenscht te geven en zich steeds voor oogen houdt te doen te hebben met een tot grondslag voor een ontbrekend betoog bestemd overzicht der Hindoe-oudheden van Sumatra, met als uitgangspunt hetgeen de heer Schnitger tot betere kennis van die oudheden heeft bijgedragen, dan zal men het hartelijk waardeeren, dat hij zooveel nieuwe gegevens aan het licht heeft gebracht en daarvan dadelijk ook anderen laat profiteeren. Echter geeft juist de rijkdom van het nieuwe materiaal aanleiding tot den misschien onbillijken wensch, het ook naar zijn waarde gerangschikt te zien, en in verband met het van vroeger bekende als bouwstof te zien gebruikt om de thans mogelijk geworden oudheidkundige geschiedenis van Sumatra althans in groote lijnen op te trekken. Staat dat misschien in het ongepubliceerde stuk dissertatie? Dan blijve het niet langer verborgen. Staat het er niet in, dan hopen wij dat de schrijver, die zich ten opzichte van het oudheidkundig onderzoek van Sumatra reeds zoo verdienstelijk heeft gemaakt, ook het wetenschappelijk verwerken van oude en nieuwe gegevens zal ter hand riemen.

N. J. Krom

Miguel Covarrubias, Island of Bali (with an album of photographs by Rose Covarrubias), New York, 1937. (XXV + 417 + X blzz.). Prijs geb. ƒ 10.25.

Het boek over Bali, waarop gewacht werd. Een beschrijving van het leven van het Balische volk, meer in het bijzonder van de menschen in het Zuid-Balische dorp Belaloean, weergegeven in een voortreffelijken, immers nergens zich op den voorgrond dringenden stijl en met een rijkdom aan details, die toch nimmer de groote lijn uit het oog doet verliezen.

De schrijver heeft, vergezeld van zijn echtgenoote, twee jaren lang op het eiland doorgebracht, genoot er de voorlichting, de vriendschap en de critiek van Bali's meest bekenden bewoner, den schilder-musicus Walter Spies en heeft, dank zij het voortdurende contact met en het gewonnen vertrouwen van de bevolking — hij woonde op het erf van I Goesti Alit Oka, een neef van wijlen den laatsten radja van Badoeng — zijn boek een mate van volledigheid en betrouwbaarheid kunnen geven, als wel zelden een studie van dezen aard beschoren is.

Na een korte inleiding behandelt schrijver eerst het eiland zelf; vertelt daarna een en ander over de bevolking en hare samenstelling in het algemeen, waarbij hij uitvoerig verwijlt bij dat bevolkingsdeel, dat den Hindoe-invloed heeft weerstaan : de Bali-aga; geeft verder bijzonderheden over de geschiedenis ; de Hindoe's; de intermitteerende Hin-