is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van de binnenpolders heeft de Nieuwe Zwaluwsche polder eigen bemaling. De Emilia-polder deelde tot voor kort met twee stations in de rijksbemaling, doch heeft deze ook afgekocht. Verbetering der watergangen en een nieuwe bemaling met drie inrichtingen heeft de waterlossing veel verbeterd. De voorgenomen dijksverhooging is echter achterwege gebleven. De binnenpolders worden zoowel voor landbouw als veeteelt gebruikt, terwijl in den Emilia-polder nog eenige binnengrienden voorkomen, die nu wel spoedig zullen verdwijnen.

Bewesten Drimmelen ligt zeeklei (I 10 k) en beoosten rivierklei (l7k). Ze rust op laagveen, dat hier veel minder intensief is vernield dan in den Biesbosch.

De bezwaren die deze streek ondervindt, zijn niet een gevolg van de normale getij werking, doch van de hoogere laagwaterstanden op den Amer sinds 1904 en de hoogere stormvloeden. Zie hiervoor de tabel op blz. 365 en fig. 2. Daardoor wordt een afdoende natuurlijke waterloozing gestoord en de kans op inundatie grooter.

Indien er eenig werk in het gebied van den Maasmond zal worden uitgevoerd, zal zeker ook „De Amer kant" daarin moeten worden betrokken. Iedere verhooging van den ebstand zou de bestaande waterloozing bemoeilijken en hoogere stormvloedstanden leveren ernstig gevaar voor de bestaande dijken.

Men stelt dan ook prijs op een waterkeerenden dijk langs den Amer met behoud van open havens voor Hooge en Lage Zwaluwe en Drimmelen, welke havens men van vloeddeuren zou willen voorzien. Daardoor zou 700 ha, die thans buitendijks liggen, watervrij kunnen worden gemaakt, het dijksonderhoud zou goedkooper worden, terwijl de mogelijkheid voor dichtere bewoning aanmerkelijk zou worden uitgebreid. In het Rapport der Kamer van Koophandel werd in 1934 de waarde-vermeerdering der buitengronden berekend op ƒ 160.000, terwijl het belang der binnenpolders op ƒ 70.000 werd geschat.

,,D e Beneden Donge" is een waterschap ter grootte van 16 000 ha, opgericht in 1920. Het omvat behalve de centrale Dongepolders mede een flink deel der zandgronden en strekt zich oostwaarts tot in de Loonsche en Drunensche duinen uit (zie Kaart IV) *) : Het ontvangt bij den Dongenschen watermolen door de rivier de Donge het water van het 15 000 ha groote waterschap „De Donge", dat zich van hier tot de Belgische grens uitstrekt. Ontginning, ontbossching, aanleg van rioolnetten, verbetering der watergangen en uitbreiding der industrieele bedrijven hebben den watertoevoer door de Donge belangrijk versneld en vergroot. Bovendien wordt van twee zijden nog water naar het Donge-gebied toegevoerd. Dit geschiedt door een stroomriool, aanvankelijk gelegd voor inlaat van zoet water in de Mark, naast de sluizen in het Markkanaal bij Oosterhout, uit het waterschap Mark-Dintel en uit het Dommelgebied via het Wilhelminakanaal.

1) De Nieuwe Buitendijksche Hooipolder staat zoowel in waterstaatkundig verband tot „De Beneden Donge" als tot „Het Zuiderafwateringskanaal".