is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijdschrift van het Aardrijkskundig Genootschap, 1938, 01-01-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onder de bekende Beardmore-gletscher van meer dan 300 km lengte. ZO. van deze strekt zich een nog onbekende kuststrook van nog geen 200 km uit, waarop nagenoeg zeker ook tal van gletschers liggen. Dan komt een kustgedeelte van circa 150 km, waar talrijke gletschers zich verdringen van een grootte, vergelijkbaar met die van den Bea.rdmore. De meest westelijke van deze heet Liv; hij wordt in oostelijke richting gevolgd door den Axel Heiberg-, den Kent Cooper-, den Isaiah Bowman-, den Amundsen-, den Thorne- en den Leverett«letscher. Ten gevolge van deze toestanden bestaat het shelf-ijs in het Zuiden uit gletscherijs; daar ter plaatse werd ook beweging in noordelijke of noordwestelijke richting opgemerkt. In het Noorden, nabij Little America, werd echter geen spoor van gletscherijs opgemerkt, doch slechts zee-ijs en tot ijs geworden neerslag, terwijl geen beweging in een bepaalde richting werd waargenomen.

Het vraagstuk van aard en ontstaan van het shelf-ijs in de Rosszee is derhalve niet eenvoudig; het is zeer goed mogelijk, dat van de boven vermelde theorieën de eerste geldt voor het westelijke en zuidelijke gedeelte en de laatste voor het noordoostelijke deel.

Aangezien in het besproken nieuwe tijdperk van onderzoek van den Antarctis Zuid-Victoria-land onberoerd is gebleven, is de kennis van dit land — zoomede van het belangwekkende Ross-eiland met den werkenden vulkaan Erebus (4054 m) — niet uitgebreid geworden. Ook heeft Byrd's vlucht naar de Zuidpool weinig nieuws opgeleverd. Geland is hij er niet en uit den aard der zaak heeft hij ook geen aanduidingen waargenomen van de aanwezigheid aldaar van Amundsen vóór 17 jaar, evenmin van die van Scott, dat even lang is geleden. Te eerder is nagenoeg niets nieuws ontdekt, omdat Byrd vrijwel geheel den koers van Amundsen heeft gevolgd. Slechts is hij op de heenreis over den Livgletscher gevlogen; terugkomende heeft hij — evenals Amundsen heen en terug — den Axel Heiberggletscher gevolgd.

Groot is echter de vermeerdering onzer kennis in den ^ half cirkel, welke van kaap Adare — van waar af de kust van Zuid-Victoria-land zich naar het Westen ombuigt — naar de Weddellzee strekt. Op de, in den aanhef vermelde kaart van Stieler's Handatlas 1923 zijn weliswaar in dezen halfcirkel verscheidene kustgedeelten ingeteekend, hoofdzakelijk op grond van rapporten van land dat gezien werd in de dertiger en veertiger jaren der vorige eeuw, waarvan de juistheid later niet bevestigd was geworden. Aan den anderen kant ontbraken twee gedeelten, die respectievelijk in 1912 en 1915 waren verkend, terwijl andere gedeelten, waarvan het bestaan door rapporten in de jaren 1904, 1909, 19x1, 1912 en 1915 geloochend is geworden, toch

nog op de kaart voorkwamen.

De kust loopt van kaap Adare om de NW. en is bekend tot de, rond 200 km verder liggende kaap North. Daarop volgt, behoudens eenige kleine gapingen, Oatesland (Scott 1911) en Koning George V-land (Mawson 1912). Beter is het te spreken van Oates k u s t en Koning George V-k u s t, want het geheele gebied tusschen de meridianen van 165° en 105° Wl. was reeds Wilkesland genoemd, naar den