is toegevoegd aan uw favorieten.

Doopsgezinde bijdragen, jrg 4, 1864, 01-01-1864

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

chick Lodewijcx. van Dalen *) is medegedeeld, en aldus luidt:

// Ic geloof ende bekenne dat die eerste werckelijcke oorn saeck der mensch-wordinghe Jesu Cliristo, ofte den oor//spronck zijns vleeschs niet van beneden van Maria, of v eenich creatuer ofte mensch is, niaer dat Christus oor//spronckelijck zijn liercomste oft den oorsprouc sijns we" sens uyt den Hemel van Godt heeft, maer het wesen '/ selver, na der beloften, van ofte uyt den sade ofte ghe//slachte Abrahams ende Davids." — Hij bedoelt daarmede dit: Christus is zoowel naar zijne menschheid als naar zijne Godheid, en dus ook naar 't vleesch, de ware Zoon van God; ook het vleesch van Christus is uit den hemel gekomen, maar als allereerste kiem (<nreppa), die de stof, waaruit zijn ligchaam bestond, uit Maria in zich opgenomen heeft. Het wezen, de eigenlijke substantie zijns vleesches heeft hij dus ontvangen uit Maria; zoo heeft Hij dan den oorsprong zijns vleesches uit God, maar 't wezen zijns vleesches uit den zade Davids. — Toch schijnt hij in de opvatting van dit leerstuk eenigzins geweifeld te hebben; want toen van Dalen in den bovenvermelden brief de Bies twee stellingen had voorgelegd, die deze in verschillende geschriften had uitgesproken, en hem voorhield, dat beide uitspraken met elkander in strijd waren, stemde de Tties toe, dat hij // te veer geloopen was met " sijn schrijven," en dat zijn bestrijder // recht gheschreven" had. Evenzoo erkende hij ook in zijne Bekenienisse van

*) Vgl. Copte van eenen Brief gheschreven by Hendrick Lodewijcx yan Dalen, aen „ Hans do Rijs.'*